Feedback
ella
Met enkele nieuwe maatregelen wil de regering het risico op burn-outs verminderen en werkgevers en werknemers attent maken op de risico's van continue online beschikbaarheid.
 
Recht op deconnecteren?
 
De nieuwe wet voorziet geen recht op deconnecteren, maar wel een verplicht overleg over deconnectie en het gebruik van digitale communicatiemiddelen binnen het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. De werkgever moet dit overleg op regelmatige tijdstippen organiseren en telkens wanneer de werknemersvertegenwoordigers erom vragen.
 
Het Comité kan op basis van dit overleg aan de werkgever voorstellen formuleren en adviezen uitbrengen. De afspraken die hier mogelijks uit voortvloeien kunnen in het arbeidsreglement of in een cao opgenomen worden.
 
Deze nieuwe verplichting geldt vanaf 9 april 2018.
 
Projecten preventie burn-out
 
Sectoren en ondernemingen kunnen projecten rond de aanpak van burn-out indienen bij de Nationale Arbeidsraad.
 
Een Koninklijk Besluit kan bepalen dat men een deel van de bestaande middelen voor vorming en risicogroepen hiervoor zal aanwenden. De Koning kan daarbij afzonderlijke bedragen bepalen voor:
  • projecten gericht op de risicogroepen;
  • projecten gericht op de preventie van burn-out. 
 
Deze maatregel treedt in werking op 1 januari 2018, maar een Koninklijk Besluit moet de procedure nog vastleggen.
 
Gevolgen voor de werkgever
Met de nieuwe maatregelen wil de regering het risico op burn-outs verminderen en werkgevers en werknemers attent maken op de risico's van continue online beschikbaarheid.
 
De werkgever moet het gebruik van digitale communicatie op de overlegagenda plaatsen. Werkgevers blijven wel aan het stuur en beschikken over een grote vrijheid om de regels rond deconnecteren op maat van hun onderneming te schrijven.
 
De deelname aan een preventief burn-out project is vrijblijvender opgevat. Sectoren of bedrijven kunnen een project lanceren en hiervoor financiering ontvangen. Om dit te realiseren moet nog wel een Koninklijk Besluit uitgevaardigd worden.
Bron:
Wet van 26 maart 2018 betreffende de economische groei en de sociale cohesie;Nationale Arbeidsraad, Advies nr. 2.080, Interprofessioneel akkoord 2017-2018 – burn-out.
Kris Peeters wil werkgevers en werknemers ertoe aanzetten om afspraken te maken over wanneer en hoe werknemers bereikbaar moeten blijven, en wanneer ze onbereikbaar kunnen zijn. Dit moet ervoor zorgen dat werknemers tijdens hun vrije tijd niet voortdurend bezig blijven met hun werk en moet stress verminderen.”
 
De nieuwe wet voorziet geen recht op deconnecteren, maar wel een verplicht overleg over deconnectie en het gebruik van digitale communicatiemiddelen binnen het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.
De maatregel is van toepassing op alle werkgevers die onder de cao-wet vallen. Dit betreft in hoofdzaak de werkgevers uit de privésector.
Deze maatregel moedigt overleg aan binnen de ondernemingen omtrent het gebruik (of het niet-gebruik) van digitale communicatiemiddelen, in het bijzonder tijdens rusttijden, jaarlijkse vakantie en dergelijke meer – vandaar ‘deconnectie’. De constante verbinding en vervaging van de grenzen tussen werk en privéleven kunnen het risico op burn-out immers vergroten.
 
Het doel van deze maatregel is gericht op bewustwording omtrent hoe we omgaan met digitale communicatie, en wat de impact is op stress en burn-out. In het verlengde daarvan wil deze maatregel transparantie en duidelijkheid creëren op de werkvloer omtrent deconnectie.
 
Ondernemingen zullen regelmatig moeten overleggen over deconnectie van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen. Eventuele afspraken die hier uit voortvloeien kunnen in het arbeidsreglement of in een cao opgenomen worden.
 
Waarover kan dit overleg concreet gaan?
 
Dit overleg kan gaan over bereikbaarheid en onbereikbaarheid van werknemers.
Zo kan er, bijvoorbeeld, worden afgesproken dat er na 18u00 en in de weekends geen dringende e-mails meer verzonden mogen worden. De verzender mag er vanuit gaan dat e-mails na 18u00 of in het weekend verzonden, diezelfde dag geen antwoord meer zullen krijgen.
Het overleg vindt plaats in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW). Het overleg moet regelmatig plaatsvinden en het initiatief daartoe kan uitgaan van zowel werkgever als werknemersvertegenwoordigers. Telkens wanneer de werknemersvertegenwoordigers erom vragen, moet het overleg plaats vinden.
 
Is er geen Comité in de onderneming, dan vindt het overleg plaats met de vakbondsafvaardiging. Zonder vakbondsafvaardiging vindt het overleg plaats met de werknemers zelf.
 
De afspraken kunnen in het arbeidsreglement of een cao worden ingevoerd, maar dit is niet verplicht. Ondernemingen kunnen zelf kiezen hoe zij dit wensen te implementeren (vb: via het arbeidsreglement, via een policy, …).
Op de website van Minister van Werk, Kris Peeters, lezen we dat tussen 2005 en 2015 het aantal mensen die meer dan een jaar ziek thuis zitten met 80% gestegen is. Een groot deel van de langdurig zieke werknemers lijdt aan burn-out. De aanpak van burn-out is daarom een prioriteit.
 
Zo wou Minister Peeters eerst bedrijven met meer dan 100 werknemers een burn-out coach in dienst laten nemen. Na overleg met de sociale partners werd dit idee afgevoerd. Nu zet men in op het organiseren van projecten ter preventie van burn-out.
 
De nieuwe regelgeving beoogt risicogroepen al in een vroeg stadium te detecteren en preventief in te zetten op het vermijden van hun uitval. Dit kan door:
  • het geven van opleidingen rond burn-out problematiek of stress management;
  • het uitwerken van sensibiliseringsacties;
  • tools voor vroegtijdige opsporing;
 
Sectoren of ondernemingen kunnen een project rond burn-out preventie uitwerken en hiervoor financiering vragen bij de Nationale Arbeidsraad.
 
De projecten zijn een aanvulling op de verplichtingen inzake preventie die werkgevers nu al hebben in het kader van de wetgeving rond welzijn op het werk.
Enkel werkgevers die vallen onder de toepassing van de cao-wet kunnen een voorstel voor een project indienen.
 
De aanvraag kan gebeuren door de onderneming of instelling zelf of door een groep van ondernemingen of instellingen. Ook een paritair comité of een paritair subcomité kan een aanvraag indienen.
Een Koninklijk Besluit zal de procedure nog bepalen.
 
De aanvraag voor de financiering van een pilootproject gebeurt door het invullen van een aanvraagformulier dat binnenkort op de websites van de Nationale Arbeidsraad en van de FOD WASO zal staan.
 
De aanvragen voor de pilootprojecten kunnen worden ingediend vanaf 1 juni 2018 tot en met 31 juli 2018 (streefdatum). De sociale partners beslissen dan binnen de 2 maanden na afloop van de deadline.
 
Er wordt per project een financiering van maximum 8.000 euro voorzien.
De werkgever beslist zelf hoe hij zijn project vormgeeft. Voorbeelden van mogelijke projecten zijn opleidingen rond burn-out problematiek of stress management, sensibiliseringsacties, tools voor vroegtijdige opsporing, enz.
 
De aanvraag van de werkgever moet duidelijk de problematiek binnen de onderneming beschrijven, duidelijke doelstellingen formuleren en het engagement van de onderneming in totaliteit (directie, syndicale afvaardiging, enz.) bewijzen.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.