Feedback
ella
Wie een aangepast of ander werk uitvoert naar aanleiding van een progressieve werkhervatting na arbeidsongeschiktheid of in het kader van een maatregel van moederschapsbescherming (werkverwijdering) kan een uitkering van het ziekenfonds krijgen. Om in aanmerking te komen voor een uitkering moet de werknemer wel loonverlies lijden in vergelijking tot zijn/haar normale loon.
 
De berekeningswijze van deze uitkeringen wordt nu aangepast.

1.  Progressieve werkhervatting.
 
Wie na een periode van arbeidsongeschiktheid het werk gedeeltelijk hervat met toestemming van de adviserend arts van het ziekenfonds, kan toch nog een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen van het ziekenfonds. 
 
Vandaag wordt de ZIV-uitkering, die de werknemer krijgt bij volledige arbeidsongeschiktheid, verminderd met een bepaald percentage in functie van het inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting.  
 
Vanaf 1 april 2018 zullen de gepresteerde uren tijdens de gedeeltelijke werkhervatting in verhouding tot de uren van een voltijdse in deze functie (tewerkstellingsbreuk), bepalen met hoeveel de arbeidsongeschiktheidsuitkering vermindert.
Wie maximaal 20 % van een voltijdse werknemer in dezelfde functie werkt, ziet zijn uitkering niet verminderen.    
 
De regelgeving voorziet een overgangsregeling tot 1 juli 2018 voor zij die vóór 1 april 2018 in een regeling van gedeeltelijke werkhervatting zitten. Tot 1 juli 2018 geldt voor hen de meest gunstige berekeningswijze.
 
2. Moederschapsbescherming (werkverwijdering).
 
Bij een aangepast of ander werk met loonverlies in het kader van moederschapsbescherming berekent men de daguitkering voortaan als volgt:
 
(Brutoloon voor het normale werk – beroepsinkomen uit de aangepaste arbeid) * X 60% 
 
* (resultaat begrensd tot 3.633,21 euro, loongrens op 01.01.2018).
 
Voor wie twee werkgevers heeft én slechts bij één werkgever blijft verder werken, zal de vergoeding voortaan berekend worden louter in functie van de stopgezette activiteit. De daguitkering stemt in dat geval overeen met:
 
Brutoloon stopgezette activiteit (begrensd tot 3.633,21 euro, loongrens op 01.01.2018) X 60%
 
Deze regeling geldt met ingang van 1 januari 2018.
 
 
3. Duur toelating progressieve werkhervatting beperkt tot 2 jaar
 
Daarnaast wijzigt de duurtijd tijdens dewelke de werknemer de toelating krijgt van de adviserend arts van het ziekenfonds om het werk progressief te hervatten na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid.
 
In tegenstelling tot vandaag, wordt nu uitdrukkelijk bepaald dat de toelating van de adviserend arts of de hernieuwing ervan geen twee jaar mag overschrijden.
 
De beperking geldt voor gedeeltelijke werkhervattingen vanaf 1 april 2018.
Bron:
KB van 04.02.2018 tot wijziging van het KB van 03.07.1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14.07.1994.
Wie na een periode van arbeidsongeschiktheid het werk gedeeltelijk hervat met toestemming van de adviserend arts van het ziekenfonds, kan nog een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen van het ziekenfonds. 
 
Vandaag wordt de ZIV-uitkering, die de werknemer krijgt bij volledige arbeidsongeschikt, verminderd met een bepaald percentage in functie van het inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting.
Het inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting stemt overeen met: brutoloon – 13,07%.

Vanaf 1 april 2018 zullen de gepresteerde uren tijdens de gedeeltelijke werkhervatting in verhouding tot de uren van een voltijdse werknemer in deze functie, bepalen met hoeveel de arbeidsongeschiktheidsuitkering vermindert.
 
De nieuwe berekeningswijze geldt voor wie tijdens de gedeeltelijke werkhervatting een inkomen verwerft dat aan de Sociale Zekerheid voor werknemers is onderworpen. Het kan ook gaan om een inkomen uit een gelijkaardige activiteit in een vreemd land of in dienst van een internationale of supranationale organisatie. Of ook om elke uitkering, vergoeding of rente toegekend omwille van loonverlies.

Komen echter niet in aanmerking als inkomen:
  • de premies en voordelen, die toegekend zijn los van het aantal effectieve prestaties tijdens het aangiftekwartaal (DMFA);
  • de inkomsten uit een tewerkstelling buiten het normale arbeidscircuit (= een tewerkstelling als doelgroepwerknemer) in een onderneming die onder PC 327 valt. Deze werknemers kunnen hun inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting onbeperkt cumuleren met de ZIV-uitkering.
  • de voordelen toegekend voor sociale en beroepsreclassering van mindervaliden.
 
De tewerkstellingsbreuk van die gedeeltelijke werkhervatter zal vanaf 1 april 2018 een doorslaggevende rol spelen bij het bepalen van zijn/haar uitkering. De hoogte van zijn/haar inkomen is niet meer relevant.
 
Wie maximaal 20 %van een voltijdse werknemer in dezelfde functie werkt, ziet zijn daguitkering niet verminderen. In dit geval kan werknemer de arbeidsongeschiktheidsuitkering dus onverkort cumuleren met het inkomen uit de gedeeltelijke werkhervatting. 
 
Bij een gedeeltelijke werkhervatting die 20% van een voltijdse tewerkstelling overschrijdt, berekent men de daguitkering als volgt:
 
A – (Q/S – 20%), waarbij:
 
  • A = daguitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid
  • Q/S =  uitgedrukt in % (vb.12/38 = 31,57%)
  • Q = gemiddeld aantal u/w toegelaten arbeid van de werkhervatter
  • S = gemiddeld aantal u/w maatpersoon in de functie uitgeoefend tijdens de progressieve werkhervatting
  • (Q/S – 20%) = afgerond op een eenheid in functie van de eerste decimaal
           vb. (8/38 – 20%) = (21,05% - 20%) = 1,05 % = 1 %
 
Een voorbeeld 
 
  • daguitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid = 50 euro 
  • S = uren gedeeltelijke werkhervatting: 19u/w 
  • Q = uren maatpersoon: 38u/w 
  • 50 – (19/38 – 20 %) = 50 –   (50% - 20%) = 50 – 30% = 35 euro 
  • daguitkering = 35 euro tijdens deze gedeeltelijke werkhervatting

     
De daguitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid wordt hier met 30% verminderd. Dit stemt overeen met het percentage van tewerkstelling boven 20% van de voltijdse maatpersoon. 
 
Let op!Voor wie een activiteit als onthaalouder ‘sui generis’ of  voor wie een activiteit als zelfstandige gedeeltelijk hervat, gelden  afwijkende regels. 
 
Let op! De (verlaagde) uitkering wordt geweigerd voor dagen gedekt door vakantiegeld, die niet voor het einde van het jaar opgenomen zijn.
 
De wijziging treedt in werking op 1 april 2018. Er is een  overgangsregeling tot 1 juli 2018 voorzien voor zij die vóór 1 april 2018 in een regeling van gedeeltelijke werkhervatting zitten. Tot 1 juli 2018 geldt voor hen de meest gunstige berekeningswijze.
 
Voor werkneemsters in gedeeltelijke werkverwijdering met loonverlies in het kader van een maatregel moederschapsbescherming wordt de daguitkering voortaan als volgt berekend:
 
(Brutoloon voor het normale werk – beroepsinkomen uit de aangepaste arbeid)* X 60% 
 
*(begrensd tot 3.633,21 euro, loongrens op 01.01.2018)
 
Onder ‘beroepsinkomen uit de aangepaste arbeid’ verstaat men het brutoloon, het gewaarborgd loon tweede week en de vergoeding voor de derde en de vierde week arbeidsongeschiktheid. Bovendien komt ook elke uitkering, vergoeding of rente toegekend omwille van loonverlies in aanmerking.
 
Een voorbeeld:
 
  • normaal maandloon van de werknemer: 4.000 euro
  • normaal dagloon: 4.000/26 dagen = 153,8462 euro
  • maandloon tijdens de maand gedeeltelijke werkhervatting: 2.000 euro
  • dagloon tijdens de maand gedeeltelijke werkhervatting: 2.000/26 dagen = 76,9231 euro
  • daguitkering in die maand: (153,8462 – 76,9231) * X 60 % = 46,1539 euro
          * (indien nodig resultaat plafonneren op 139,7388 euro)
 
Voor wie twee werkgevers heeft én slechts bij één werkgever blijft verder werken, zal de vergoeding voortaan berekend worden louter in functie van de stopgezette activiteit.
 
De daguitkering stemt in dat geval overeen met:
 
Brutoloon stopgezette activiteit (begrensd op € 3.633,21, loongrens op 01.01.2018) X 60%
 
Deze regeling geldt met ingang van 1 januari 2018.
 
 
 
 
Daarnaast wijzigt de duurtijd tijdens dewelke de werknemer de toelating krijgt van de adviserend arts van het ziekenfonds om het werk progressief te hervatten na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid.
 
In tegenstelling tot vandaag, wordt nu uitdrukkelijk bepaald dat de toelating van de adviserend arts tot progressieve werkhervatting of de hernieuwing ervan geen twee jaar mag overschrijden. De beperking geldt vanaf 1 april 2018.
 
Vóór 1 april 2019 zullen de adviserende artsen van de ziekenfondsen een einde stellen aan de lopende toelating van vóór 1 april 2018. Het gaat om lopende toelatingen voor onbepaalde duur of voor meer dan twee jaar. De arts kan desgevallend een nieuwe toelating toekennen die twee jaar niet overschrijdt.
 

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.