Feedback
ella
De fiscus wil meer zicht krijgen op de kostenvergoedingen die een werkgever toekent aan zijn werknemers.
 
Vanaf het inkomstenjaar 2022 zal het bedrag aan kostenvergoedingen, dat een werkgever of vennootschap betaalt aan respectievelijk zijn werknemers of bedrijfsleiders, moeten verschijnen op een fiscale fiche 281.10 of 281.20.
 
Huidige regelgeving
 
Kosten eigen aan de werkgever zijn fiscaal vrijgesteld, in die zin dat ze:
  • niet-belastbare beroepsinkomsten zijn voor de werknemer;
  • een (geheel of gedeeltelijk) aftrekbare beroepskost vormen voor de werkgever.
 
Opdat de kosten eigen aan de werkgever aftrekbaar zijn in hoofde van de werkgever, moet men ze echter wel opnemen op een fiscale fiche 281.10 of 281.20.
 
Daarbij maakt men momenteel volgend onderscheid, al naargelang de werkgever/vennootschap de kosten terugbetaalt:
  • op basis van bewijsstukken: vermelding 'JA-bewijsstukken';
  • op forfaitaire wijze op basis van ernstige normen: vermelding 'JA-ernstige normen';
  • op forfaitaire maar niet op basis van ernstige normen : vermelding van het terugbetaalde bedrag.
 
Nieuwe regels op komst: opname van bedragen op de fiche
 
De fiscus wil echter meer duidelijkheid en onder meer dubbel gebruik vermijden.
 
Vanaf het inkomstenjaar 2022 zou men daarom het volledig bedrag voor elk van de drie soorten kostenvergoedingen moeten opnemen in de rubriek 'diverse inlichtingen' van de fiche 281.10 (werknemers) en 281.20 (bedrijfsleiders). 
 
Gebeurt dat niet of niet correct, dan zou dit in bepaalde gevallen kunnen leiden tot een administratieve sanctie. Meer bepaald voor wat betreft de kostenvergoedingen op basis van bewijsstukken.
 
SD Worx onderzoekt momenteel de gevolgen van deze wetgeving met het oog op concrete implementatie. We houden u op de hoogte. 
 
Opgelet!
Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. Deze bespreking geldt dus onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron:
Wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, www.dekamer.be
 
De fiscus wil graag meer zicht krijgen op de bedragen die circuleren op het vlak van kostenvergoedingen.
 
Momenteel mag de werkgever zich voor specifieke kosten eigen aan de werkgever, beperken tot de vermelding van 'JA - ernstige normen' of 'JA - bewijsstukken'.
 
Vanaf inkomstenjaar 2022 verwacht de fiscus echter concrete bedragen op de fiche 281.10 (werknemer) of de fiche 281.20 (bedrijfsleider).
In principe beschouwt de fiscus alle vergoedingen en voordelen die een werkgever toekent aan zijn werknemers als een belastbare bezoldiging.
 
De kosten eigen aan de werkgever vormen een uitzondering op dit principeZij vormen immers een terugbetaling van onkosten die de betrokken werknemer maakte voor rekening van zijn werkgever.  
 
Kosten eigen aan de werkgever zijn dan ook fiscaal vrijgesteld, in die zin dat ze:
  • niet-belastbare beroepsinkomsten zijn voor de werknemer;
  • een (geheel of gedeeltelijk) aftrekbare beroepskost vormen voor de werkgever.
 
Hetzelfde geldt in hoofde van bedrijfsleiders, voor wat de vergoedingen betreft van kosten die eigen zijn aan hun vennootschap.  
Wanneer de werknemer namens en voor zijn werkgever kosten maakt en de werkgever deze kosten terugbetaalt, dan moet de werkgever het dubbele bewijs kunnen leveren dat:
 
  • de vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die hem eigen zijn; en
  • dat deze vergoeding daadwerkelijk aan die kosten werd besteed.
 
De werkgever kan de kosten die een werknemer voor hem heeft gedaan, op verschillende manieren terugbetalen :
 
  • voor hun werkelijk bedrag na voorlegging van de nodige bewijsstukken (bijvoorbeeld aan de hand van facturen, rekeningen, e.d.); of
  • op forfaitaire wijze. Het gaat dan om:
    • zuiver forfaitaire kosten; of
    • kosten, vastgesteld op basis van ernstige normen.
 
Indien de werkgever/vennootschap meerdere (soorten) kostenvergoedingen toekent, moet hij desgevallend een combinatie van deze vermeldingen maken in de betrokken rubriek op de fiche.
Forfaitaire kostenvergoedingen die de werkgever/vennootschap toekent aan werknemers of bedrijfsleiders als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever of vennootschap, zijn in principe aftrekbaar als beroepskost.
 
Daartoe is vereist dat de werkgever/vennootschap deze kostenvergoedingen vermeldt op de individuele fiches en samenvattende opgaven.
Op de individuele fiche 281.10 (werknemer) en 281.20 (bedrijfsleider) moet de werkgever/vennootschap in principe  de bedragen die hij betaalt als kost eigen aan de werkgever vermelden.
 
Hij moet echter geen bedrag vermelden in de volgende situaties:
 
 
Vermelding op fiche
Bedrag vermelden
 
Situatie 1:
 
Terugbetaling van de werkelijk gemaakte en bewezen kosten voor het juiste bedrag.
 
 
 
Ja - Bewijsstukken
 
 
Nee
Situatie 2:
 
Forfaitaire kostenvergoedingen, vastgesteld op basis van ernstige en met elkaar overeenstemmende normen.
 
 
 
Ja - Ernstige normen
 
 
Nee
Situatie 3:
 
Forfaitaire kostenvergoedingen, niet vastgesteld op basis van ernstige en met elkaar overeenstemmende normen.
 
 
Ja
 
 
Ja
 
Als de werkgever of de vennootschap meerdere soorten kostenvergoedingen toekent, zal hij de diverse vermeldingen op de fiche moeten respecteren.
 
Sanctie
 
Wanneer de werkgever of vennootschap de ficheplicht niet (correct) naleeft, kunnen de zuiver forfaitaire kostenvergoedingen onderworpen worden aan:
  • de aanslag geheime commissieloon; en/of
  • de niet-aftrekbaarheid als beroepskost.
De fiscus kondigde in haar circulaire van 26 februari 2021 rond thuiswerk (Circulaire 2021/C/20 over tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk) al aan dat ze meer zicht wou krijgen op de toekenning van kostenvergoedingen door de werkgever.
 
De circulaire vermeldde meer bepaald dat men vanaf inkomstenjaar 2022 steeds het totale bedrag van de vergoedingen voor alle terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever zal moeten vermelden in het vak diverse inlichtingen van de fiche 281.10 en 281.20.
 
Het wetsontwerp bevat hiervoor nu een specifieke bepaling.
 
Vanaf inkomstenjaar 2022 moet een werkgever alle variabele vergoedingen die hij aan zijn werknemers toekent als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever verantwoorden door individuele fiches en een samenvattende opgave.
 
Volgens de fiscus zou dit concreet het volgende betekenen:
 
 
Inkomsten 2021 (3 lijnen)
Inkomsten 2022 (3 lijnen)
 
Categorie 1:
 
Forfaitaire vergoedingen op basis van ernstige normen.
 
Ja - Ernstige normen
 
Bedrag
Categorie 2:
 
Forfaitaire vergoedingen, niet op basis van ernstige normen
 
 
Bedrag
 
 
Bedrag
Categorie 3:
 
Bewijsstukken
 
 
Ja - Bewijsstukken
 
 
Bedrag
 
 
Sancties
 
Als een werkgever nalaat om forfaitaire kostenvergoedingen op te nemen op een individuele fiche en samenvattende opgave, dan leidt dit tot de niet-aftrekbaarheid als beroepskost.
 
Het niet-opnemen van kostenvergoedingen die men terugbetaalt op basis van werkelijke bewijsstukken zou men daarentegen enkel bestraffen met een administratieve boete. Dit is toch wel een wezenlijk verschil in behandeling.
 
Bedrijfsleiders
 
De regeling is ook van toepassing op bedrijfsleiders (fiche 281.20)
De nieuwe regeling zou gelden voor de vergoedingen die de werkgever of vennootschap toekent vanaf 1 januari 2022.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.