Feedback
ella
Corona: doelgroepvermindering relance vanaf 1 juli 2021
Losse berichten
Gepubliceerd op 09/06/2021

De federale regering voorziet een nieuwe doelgroepvermindering in het derde kwartaal 2021 om de wedertewerkstelling in alle sectoren te stimuleren.

 

Stimulans wedertewerkstelling in alle sectoren

 

Ondernemingen die hun tewerkstellingsvolume verhogen, wil men tijdelijk ondersteunen in hun loonkost.

 

Deze maatregel kadert in de 'relance', de algemene heropstart van alle activiteiten.

 

De economische crisis heeft zware effecten gehad op de omzet en tewerkstelling bij werkgevers die verplicht moesten sluiten. Maar ook een belangrijk deel van de ondernemingen die geen verplichte sluiting opgelegd kregen, bleven er niet van gespaard. 

Veel werknemers zullen niet meer aan de slag kunnen in hun vroegere sector van tewerkstelling.  

 

De overheid wil de heropstart van de economie dan ook bevorderen door de hertewerkstelling te ondersteunen en de transitie van de ene activiteit naar een andere te faciliteren. 

 

Merk op!

Dit is een nieuwe doelgroepvermindering. Deze komt bovenop de reeds bestaande specifieke bijdrageverminderingen voor werkgevers in de reis-, evenementen- en hotelsector.

 

Werkgevers moeten hun reële arbeidsvolume voldoende verhogen

 

De doelgroepvermindering 'relance' in het derde kwartaal 2021 is bedoeld voor werkgevers uit alle activiteitensectoren die hun reële arbeidsvolume 'voldoende' verhogen in het derde kwartaal 2021 ten opzichte van het 1e kwartaal 2021. 

 

De vereiste toename van het arbeidsvolume is afhankelijk van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers in de onderneming (de rsz-omvangscode van de onderneming in 2021).

Zo moeten kleine ondernemingen tot gemiddeld 49 werknemers, minstens 25% stijging van hun arbeidsvolume kennen.

 

De toename van het 'reële' arbeidsvolume kan de werkgever realiseren door tijdelijk werkloos gestelde werknemers terug aan het werk te zetten en/of extra werknemers in dienst te nemen. Ook een heraanwerving van recent ontslagen werknemers is mogelijk.

 

Controle einde derde kwartaal!

Pas op het einde van het derde kwartaal 2021 - dus na de loonberekening van september - kunnen we effectief nagaan (op basis van de gegevens in de kwartaalaangifte) of een onderneming de vereiste toename aan arbeidsvolume bereikt. 

Pas dan weten we dus of de werkgever in principe in aanmerking komt voor de doelgroepvermindering.

 

Let op!

De toename van het arbeidsvolume mag niet het gevolg zijn van een juridische herstructureringsoperatie (fusie, splitsing of overdracht van bedrijfstak).

Bovendien spelen er ook nog bijkomende voorwaarden

 

Bijkomende voorwaarden  

 

De werkgever moet een reeks bijkomende voorwaarden naleven om recht te kunnen hebben op de doelgroepvermindering. Die voorwaarden kan de RSZ pas achteraf controleren. 

 

Het gaat om volgende voorwaarden:

  • het ononderbroken in dienst houden van de werknemers voor wie de werkgever de vermindering toepast (uitgezonderd ontslag door de werknemer zelf en ontslag om dringende reden door de werkgever);

  • in 2021 geen dividenden toekennen, geen bonussen betalen aan leidinggevenden en geen eigen aandelen inkopen;

  • geen collectief ontslag aankondigen in 2e en 3e kwartaal 2021;

  • gebruik maken van het opgelegd geregistreerd kassasysteem voor bepaalde werkgevers in de horecasector;

  • in 2021 de opleidingsverplichtingen, opgelegd in het kader van de interprofessionele opleidingsdoelstelling, naleven.
    De werkgever moet dus de sectorale cao's in dit kader naleven. Wanneer er geen cao is, moet de werkgever gemiddeld per jaar minstens 2 opleidingsdagen per voltijds equivalente werknemer toekennen. Hierop zijn uitzonderingen voorzien voor KMO's.

 

Doelgroepvermindering in het derde kwartaal 2021

 

De werkgever mag de doelgroepvermindering voor maximaal 5 werknemers per vestigingseenheid toepassen.

 

Het maximale forfaitaire verminderingsbedrag verschilt naargelang de situatie van de werkgever 

Het forfait bedraagt:

  • 2.400 euro/kwartaal/werknemer voor bedrijven die 'zwaar getroffen' zijn;
  • 1.000 euro/kwartaal/werknemer voor bedrijven die niet voldoen aan dat criterium en dus minder zwaar getroffen zijn.

 

Werkgevers zijn 'zwaar getroffen' als het globaal arbeidsvolume zeer sterk (minstens 50%) gezakt is in het 1e kwartaal 2021 of het 4e kwartaal 2020 ten opzichte van een referentiekwartaal (respectievelijk 1e kwartaal 2020 en 4e kwartaal 2019). 

 

De RSZ bepaalt welke werkgevers zwaar getroffen zijn. De berekening gebeurt op basis van een momentopname van de DmfA op 1 juli 2021.

 

Let op!

De verminderingsforfaits zijn maximumbedragen per kwartaal. Enkel bij volledige kwartaalprestaties (80 % of meer) van de werknemer is het volledige forfait van toepassing. Bij onvolledige prestaties (< 80 %) worden de maximumforfaits geproportioneerd.

 

Vanaf wanneer?

 

De maatregel treedt in werking op 1 juli 2021. De bijdragevermindering is enkel van toepassing voor het 3e kwartaal 2021.


Opgelet!

Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. Wijzigingen zijn dus nog steeds mogelijk. Deze bespreking geldt tevens onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron:
Wetsontwerp 2002 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie.

Juridische inhoud

1. Toepassingsgebied

Private sector

 

De doelgroepvermindering-relance is in hoofdzaak bedoeld voor werkgevers uit de private sector. De werkgevers moeten immers vallen onder het toepassingsgebied van de CAO-wet van 5 december 1968 om de vermindering te mogen toepassen.

 

Werkgevers uit alle sectoren/activiteiten kunnen in aanmerking komen als ze voldoen aan een reeks voorwaarden.

 

Reëel arbeidsvolume voldoende verhoogd 

 

De doelgroepvermindering is enkel toegelaten voor de werkgevers die hun reëel globaal arbeidsvolume 'voldoende' verhogen in het derde kwartaal 2021 ten opzichte van het 1e kwartaal 2021. De berekening van het arbeidsvolume gebeurt op het niveau van de 'juridische werkgever'. 

 

Onderstaande tabel geeft de vereiste toename van het globaal arbeidsvolume weer.

 

Deze is afhankelijk van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers in de onderneming. 

 

gemiddeld aantal werknemers

(omvangscode)

vereiste toename arbeidsvolume

in Q3 ten opzichte van Q1 2021

< 50

omvangscode 1-2-3-4

25%

50 tot 499

omvangscode 5-6-7

20%

én minimum een stijging van de totale mu(globaal) met 12,5

500 en meer

omvangscode 8-9

10%

én minimum een stijging van de totale mu(globaal) met 100

 

Het gemiddeld aantal werknemers wordt vastgesteld aan de hand van de rsz-omvangscode van de onderneming zoals vastgesteld voor 2021.

De RSZ bepaalt de omvangscode volgens de berekeningswijze voor de bijdragen voor het fonds sluiting van onderneming en de werkloosheidsbijdrage van 1,6%.

 

De berekening van het reëel arbeidsvolume van de onderneming (in Q1 en Q3) gebeurt op basis van de kwartaalgegevens aangegeven aan de RSZ. 

De berekening houdt enkel rekening met volgende dagen:

  • alle bezoldigde dagen;

  • vakantiedagen arbeiders;

  • onbezoldigde ADV-dagen (systeem verhoogd uurloon);

  • dagen tijdelijke werkloosheid omwille van slecht weer.

 

De totale som voor de werkgever van het globaal reëel arbeidsvolume van alle werknemers in dienst tijdens het kwartaal, vormt het globaal arbeidsvolume van de onderneming.   

 

Let op!

De toename van het arbeidsvolume mag niet het gevolg zijn van een juridische herstructureringsoperatie (fusie, splitsing of overdracht van bedrijfstak zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen).

 

Check toename arbeidsvolume pas mogelijk na afloop derde kwartaal!

Pas bij het einde van het derde kwartaal 2021 kunnen we effectief nagaan of een onderneming de vereiste toename aan arbeidsvolume bereikt. 

Dit kan pas gebeuren als alle kwartaalgegevens voor DMFA gekend en verwerkt zijn.

 

Hierdoor kan de toepassing van de doelgroepvermindering niet op maandbasis gebeuren, maar pas plaatsvinden op het einde van het kwartaal, na opmaak van de DMFA.

 

Bijkomende voorwaarden!

De werkgever moet nog een reeks bijkomende voorwaarden naleven om recht te hebben op de bijdragevermindering.  

2. Bijkomende voorwaarden

Om in aanmerking te komen, moet de werkgever volgende bijkomende voorwaarden naleven:

  • alle werknemers voor wie de werkgever de vermindering toepast, moeten ononderbroken in dienst blijven gedurende het 3e kwartaal 2021;

    Men maakt een uitzondering op dit principe voor werknemers die:

    • zelf ontslag nemen;

    • om dringende reden ontslagen worden.

 

  • in 2021 geen dividenden uitkeren aan aandeelhouders;

 

  • in 2021 geen bonussen betalen aan leden van de Raad van Bestuur of leidinggevenden van de onderneming;

    De memorie van toelichting verduidelijkt dat de werkgever enkel de basisverloning mag uitbetalen. Dus geen aandelen, winstparticipaties of bijkomende voordelen.

 

  • in 2021 geen eigen aandelen inkopen;

 

  • in het tweede en derde kwartaal van 2021 geen collectief ontslag aankondigen of aangekondigd hebben;

 

  • gebruik maken van het opgelegd geregistreerd kassasysteem voor bepaalde werkgevers in de horecasector;  
    U kan nalezen wie het GKS moet gebruiken via www.geregistreerdkassasysteem.be.

 

  • in 2021 de opleidingsinspanningen leveren, opgelegd in het kader van de interprofessionele opleidingsdoelstelling (hoofdstuk 2, afdeling 1 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk);   

    De werkgever moet de collectieve arbeidsovereenkomsten die in dat kader zijn gesloten en van toepassing zijn op zijn onderneming, naleven. Bij het ontbreken van een sectorale cao moet de werkgever het recht op gemiddeld twee opleidingsdagen per voltijds equivalente werknemer per jaar respecteren.

 

Ter herinnering:

De wet werkbaar en wendbaar werk heeft een globale opleidingsverplichting in het leven geroepen voor alle werkgevers in de privésector samen.  
Op termijn en via een groeipad moeten de werkgevers samen een opleidingsinspanning van gemiddeld vijf dagen per voltijds equivalente werknemer (VTE) op jaarbasis bereiken.

 

Heel wat sectoren hebben in dit kader een concrete opleidingsverplichting voor de werkgever vastgelegd.  Ondernemingen kunnen ook werken met een individuele opleidingsrekening. De verplichting bedraagt tot nu toe minstens twee dagen gemiddeld per jaar en per VTE. Voor werknemers die deeltijds werken en/of niet het hele jaar in dienst zijn, geldt een pro rata regeling.

 

Het gaat in principe 'niet' om een individueel recht van twee dagen voor elke werknemer. Het gaat om een 'pot' van opleidingsdagen: een bedrijf met bijvoorbeeld 40 VTE’ers moet op jaarbasis 80 opleidingsdagen aanbieden.

 

Voor KMO's zijn er uitzonderingen.

Werkgevers met minder dan tien werknemers zijn uitgesloten van de verplichting. Uiteraard kan een sectorale cao hen wel een vormingsverplichting opleggen.

Werkgevers met minstens tien maar minder dan twintig werknemers, zijn onderworpen aan een afwijkende (lichtere) opleidingsverplichting.

 

De mogelijke vormen van opleiding zijn ruim: zowel formele als informele opleidingen komen in aanmerking.

 

De RSZ zal a posteriori controles uitvoeren op het naleven van deze voorwaarden.

3. Doelgroepvermindering in 3e kwartaal 2021

Maximum 5 werknemers per vestigingseenheid

 

De werkgevers die voldoen aan de voorwaarden, kunnen een doelgroepvermindering toepassen in het derde kwartaal 2021 voor maximaal 5 werknemers per vestigingseenheid.

 

Een vestigingseenheid is een geregistreerde entiteit van de onderneming, identificeerbaar door een adres, waar (of van waaruit) een activiteit uitgeoefend wordt.

 

Welke werknemers? 

 

De werkgever kan de RSZ-vermindering toepassen voor vijf werknemers die in dienst zijn in het derde kwartaal 2021. De werkgever heeft de vrije keuze

Het hoeft niet te gaan om werknemers die nieuw zijn aangeworven of uit tijdelijke werkloosheid komen.

De werkgever mag de doelgroepvermindering toepassen op de voor hem meest gunstige werknemers.

 

Het gaat om vijf werknemers per afzonderlijke vestigingseenheid. Een werkgever met twee vestigingseenheden zal zo de doelgroepvermindering kunnen toepassen voor maximum tien werknemers, vijf in de ene en vijf in de andere vestiging.

Is het aantal werknemers in één van de vestigingen kleiner dan vijf, dan is het aantal doelgroepverminderingen voor die vestiging tot dat aantal beperkt.

 

Waarom per vestigingseenheid?

 

De maatregel is in belangrijke mate gericht op handelszaken die tijdens de pandemie een gevoelig verlies van activiteit kenden.

De memorie van toelichting bij het wetsontwerp benadrukt dat men een gelijke behandeling probeert te bekomen van ondernemingen die in verschillende filialen hun activiteiten uitoefenen ongeacht hun juridische organisatie.

Het doel is om hetzelfde voordeel toe te kennen per vestigingseenheid van eenzelfde keten, ongeacht of deze vestigingseenheden afzonderlijke juridische entiteiten vormen of deel uitmaken van één enkele juridische entiteit.

 

Anderzijds kan de doelgroepvermindering alleen worden toegepast door werkgevers die op het niveau van de juridische werkgever een voldoende toename kennen van het reële arbeidsvolume in het derde kwartaal 2021 ten opzichte van het reële arbeidsvolume in het eerste kwartaal 2021.

 

Verschillende forfaits

 

Het forfaitaire maximale verminderingsbedrag is verschillend naargelang de situatie van de werkgever 

 

Het forfait bedraagt:

 

  • 2.400 euro/kwartaal voor bedrijven die 'zwaar getroffen' zijn;

 

  • 1.000 euro/kwartaal voor de andere bedrijven (die niet voldoen aan het criterium 'zwaar getroffen').

 

Zwaar getroffen werkgevers

 

Werkgevers zijn 'zwaar getroffen' als het globaal arbeidsvolume (AV) zeer sterk gezakt is:

 

  • AV van het 1e kwartaal 2021 is 50% lager dan AV van het 1e kwartaal 2020;

OF

  • AV van het 4e kwartaal 2020 is 50% lager dan AV van het 4e kwartaal 2019.

 

De RSZ zal bepalen welke werkgevers zwaar getroffen zijn. De berekening gebeurt op basis van een foto van de DmfA, genomen op 1 juli 2021. Wijzigingen doorgevoerd na 1 juli 2021 komen niet aanmerking. 

In de loop van juli deelt de RSZ aan de werkgevers en hun sociaal secretariaat mee welke werkgevers zwaar getroffen zijn en in aanmerking kunnen komen voor het grote forfait. 

 

De berekening van het arbeidsvolume (totale mu globaal) en de vergelijking tussen de kwartalen gebeurt op het niveau van de (juridische) werkgever. 

 

Let op!

De daling van het arbeidsvolume mag niet het gevolg zijn van een juridische herstructureringsoperatie (fusie, splitsing of overdracht van bedrijfstak).

 

Algemene berekeningsregels

 

De algemene regels inzake berekening van doelgroepverminderingen zijn van toepassing op deze nieuwe doelgroepvermindering.

 

Dit betekent concreet dat:

  • er bovenop de structurele vermindering slechts één enkele doelgroepvermindering mogelijk is (per tewerkstelling van een werknemer). 
    Als meerdere doelgroepverminderingen mogelijk zijn, kan de werkgever de meest gunstige kiezen.

  • de vermindering van patronale bijdragen enkel op de basisbijdragen mag toegepast worden. De andere bijdragen blijven verschuldigd.

  • het maximale verminderingsforfait per kwartaal van toepassing is bij een prestatiebreuk van minstens 80%.

  • de werkgever ingeval van onvolledige kwartaalprestaties (prestatiebreuk kleiner dan 80%) een proportionele vermindering geniet.
    Voorwaarde is wel dat de globale prestatiebreuk van de werknemer bij de werkgever een minimumondergrens (27,5%) bereikt.
    Voor deeltijdse werknemers met een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst, speelt deze ondergrens niet. 

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.