Feedback
ella
Al enkele weken op rij gaan de coronacijfers de goede richting uit. De meeste sectoren hebben hun activiteit ondertussen volledig of gedeeltelijk kunnen hervatten. Dit is ook goed nieuws voor heel wat werknemers die terug aan de slag kunnen na een lange periode van tijdelijke werkloosheid.
 
Heel wat herstartende werkgevers actief in onder meer de horeca, zwembaden en pretparken zullen tijdens de zomer wat extra handen kunnen gebruiken.
Om de relance van de economie te ondersteunen, wil de regering ook tijdens de zomer studenten stimuleren extra prestaties te leveren. Zo blijkt uit een wetsontwerp tijdelijke ondersteuningsmaatregelen corona.
 
Bijkomende uren aan RSZ-solidariteitsbijdrage
 
Volgens het wetsontwerp zullen alle werkgevers tijdens het derde kwartaal 2021 studenten kunnen tewerkstellen met toepassing van de solidariteitsbijdrage. Deze uren worden geneutraliseerd en dus niet aangerekend op het jaarlijks contingent van 475 uren.
Deze maatregel geldt voor het derde kwartaal 2021 voor alle werkgevers, ongeacht de sector waartoe ze behoren.
 
Vaststelling nettobestaansmiddelen
 
Om als kind fiscaal ten laste te blijven, kijkt de fiscus niet naar het aantal gewerkte uren, maar naar de nettobestaansmiddelen van de student.
 
De fiscus besliste al om voor het eerste en tweede kwartaal 2021 geen rekening te houden met de nettobestaansmiddelen van studentenprestaties in de zorgsector en het onderwijs.
 
De vraag is of deze maatregel ook van toepassing zal zijn voor het derde kwartaal 2021 en dit ongeacht de sector waarin men de student tewerkstelt.
 
Vrijstelling bedrijfsvoorheffing
 
De fiscus besliste ook dat er geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is voor de uren, onderworpen aan de solidariteitsbijdrage en gepresteerd in de zorg en het onderwijs in het eerste en tweede kwartaal 2021.
 
Ook hier is de vraag of deze maatregel ook van toepassing zal zijn voor het derde kwartaal 2021, ongeacht de sector waarin men de student tewerkstelt.
 
Recht op kinderbijslag
 
Studenten tot 18 jaar hebben onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag. De maatregelen die studenten aanmoedigen om extra prestaties te leveren, zullen dan ook geen invloed hebben op het recht op kinderbijslag. 
 
Voor studenten vanaf 18 jaar is het recht op kinderbijslag verbonden aan specifieke regels. Deze zijn vastgelegd op regionaal niveau.
 
Voor Vlaanderen vermoeden we dat de extra studentenprestaties geen invloed zullen hebben op het recht op kinderbijslag. Dit zou in lijn zijn met de maatregelen die de Vlaamse regering al nam voor de voorgaande kwartalen.
 
In Brussel mogen studenten tijdens het derde kwartaal onbeperkt werken als jobstudent. De extra prestaties zullen geen invloed hebben op het recht op kinderbijslag.
 
In Wallonië mogen studenten geboren voor 1 januari 2001 maximum 475 uren per jaar arbeidsprestaties als student leveren. De eventuele extra studentenprestaties zouden op dit maximum van 475 uren aangerekend worden.
 
Opgelet!
Deze bespreking is gebaseerd op een ontwerptekst. De regeling zoals hier besproken, kan dus nog wijzigen. Deze informatie geldt ook onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron:
Wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
De zomervakantie staat voor de deur! Dit is normaal gezien dé piekperiode voor het tewerkstellen van studenten.
 
Het mag duidelijk zijn dat de coronacrisis van 2021 al een bijzonder jaar gemaakt heeft.
 
In de eerste helft van het jaar kwamen de zorgsectoren en het onderwijs handen tekort. Daarom besliste de regering toen al om studenten aan te moedigen om een extra handje toe te steken in deze sectoren.
 
Al enkele weken op rij gaan de coronacijfers de goede richting uit. De meeste sectoren hebben hun activiteit ondertussen, volledig of gedeeltelijk, kunnen hervatten. Dit is ook goed nieuws voor heel wat werknemers die terug aan de slag kunnen na een lange periode van tijdelijke werkloosheid.
 
Heel wat herstartende werkgevers in onder meer de horeca, zwembaden en pretparken zullen tijdens de zomer wat extra handen kunnen gebruiken.
 
Om de relance van de economie te ondersteunen, wil de regering ook tijdens de zomer studenten stimuleren extra prestaties te leveren. Zo blijkt uit een wetsontwerp tijdelijke ondersteuningsmaatregelen corona.
 
Deze extra prestaties kunnen een impact hebben op het fiscaal statuut van de student, maar ook op het recht op kinderbijslag.
 
We zetten alle toepasselijke regels nog eens even op een rijtje.
In principe zijn de prestaties van de student onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen.
 
Er geldt echter een uitzondering op dit principe wanneer voldaan is aan volgende voorwaarden:
  • de student heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor studenten;
  • de tewerkstelling als student is beperkt tot maximum 475 uren per kalenderjaar;
  • studentenarbeid kan enkel tijdens periodes waarin de student niet verplicht aanwezig moet zijn in de onderwijsinstellingen.
 
Er geldt dan een beperkte solidariteitsbijdrage van 8,13%.
Hiervan is:
  • 5,42% ten laste van de werkgever; en
  • 2,71% ten laste van de student.
De zorgsector en het onderwijs kwamen tijdens de eerste helft van het jaar handen te kort door de coronacrisis.
 
Daarom moedigde de regering studenten aan deze sectoren te ondersteunen.
 
Werkgevers uit de zorgsector en het onderwijs konden tijdens het eerste en het tweede kwartaal 2021 studenten tewerkstellen met toepassing van de solidariteitsbijdragen. Deze uren werden geneutraliseerd. Concreet betekent dit dat deze uren niet aangerekend werden op het jaarlijks contingent van 475 uren.
 
Tijdens het eerste en het tweede kwartaal bleef deze maatregel beperkt tot de tewerkstelling van studenten in de zorgsector (inclusief vaccinatiecentra) en het onderwijs.
Om de relance van de economie te ondersteunen tijdens de zomer, wil de regering opnieuw studenten aanmoedigen bijkomende prestaties te leveren.
 
Volgens het wetsontwerp zullen alle werkgevers tijdens het derde kwartaal 2021 studenten kunnen tewerkstellen met toepassing van de solidariteitsbijdragen. Deze uren worden geneutraliseerd. Men rekent ze dus niet aan op het jaarlijks contingent van 475 uren.
Deze maatregel geldt voor het derde kwartaal 2021 voor alle werkgevers, ongeacht de sector waartoe ze behoren.
 
Om de solidariteitsbijdrage te kunnen genieten, moet de werkgever de prestaties van de student vóór aanvang van de tewerkstelling wel steeds in Dimona aangeven met het type werknemer 'STU'.
Kind ten laste : voorwaarden
 
Bij de berekening van de verschuldigde personenbelasting, hebben ouders recht op een belastingvoordeel voor de kinderen die zij ten laste hebben.
 
Opdat de ouders hun kinderen als 'ten laste' mogen beschouwen, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:
  • het kind moet deel uitmaken van het gezin op 1 januari van het jaar volgend op het inkomstenjaar;
  • de netto bestaansmiddelen van het kind mogen een bepaald bedrag niet overschrijden.
    Dat bedrag varieert al naar gelang de ouders gezamenlijk of alleen worden belast;
  • het kind mag geen bezoldigingen ontvangen die de ouders inbrengen als beroepskosten.
 
Om ten laste te blijven, kijkt de fiscus dus niet naar het aantal gewerkte uren, maar naar de nettobestaansmiddelen van de student.
 
Voor het inkomstenjaar 2021 (aanslagjaar 2022) gelden volgende bedragen:
 
Inkomstenjaar 2021 – Aanslagjaar 2022
Netto belastbaar inkomen
Bruto belastbaar inkomen (= na inhouding RSZ)
 
Algemeen plafond voor kinderen ten laste
3.410,00 EUR
4.262,50 EUR
 
Bijzonder plafond voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast
 
4.920,00 EUR
6.150,00 EUR
Bijzonder plafond voor gehandicapte kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen woont
6.240,00 EUR
7.800,00 EUR
 
Impact voor de extra inkomsten in 2021?
 
Als studenten extra prestaties verrichten, lopen ze door dat extra inkomen natuurlijk makkelijker het risico de vastgelegde grenzen te overschrijden.
 
De fiscus past hier als volgt een mouw aan.
 
Bij het bepalen van de nettobestaansmiddelen 2021 zal de fiscus geen rekening houden met de bezoldigingen voor de uren studentenarbeid die ze tijdens het eerste en tweede kwartaal 2021 presteerden in de zorgsector en in het onderwijs.  
 
De vraag is of deze maatregel ook van toepassing zal zijn voor het derde kwartaal 2021 en dit ongeacht de sector waarin men de student tewerkstelt.
De fiscus ging nog een stap verder.
 
Zo besliste hij dat er geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is voor de gepresteerde uren in de zorg en het onderwijs in het eerste en tweede kwartaal 2021 die aan de solidariteitsbijdrage onderworpen zijn.
 
Ook hier is de vraag of deze maatregel ook van toepassing zal zijn voor het derde kwartaal 2021 en dit ongeacht de sector waarin men de student tewerkstelt.
Studenten tot 18 jaar hebben onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag. De maatregelen die studenten aanmoedigen om extra prestaties te leveren, zullen dan ook geen invloed hebben op het recht op kinderbijslag. 
 
Voor studenten vanaf 18 jaar is het recht op kinderbijslag verbonden aan specifieke regels. Deze zijn vastgelegd op regionaal niveau. Het gaat dan om een maximum aantal uren die studenten op kwartaalbasis of jaarbasis mogen werken.
 
Opdat het recht op kinderbijslag niet verloren gaat, moesten er aanpassingen aan deze regelgeving gebeuren.
In Vlaanderen koppelt men het recht op kinderbijslag aan een maximum van 475 uren arbeidsprestaties als student op jaarbasis.
 
De Vlaamse regering besliste om de prestaties als student in de zorgsector en het onderwijs tijdens het eerste kwartaal 2021 niet aan te rekenen op dit maximum van 475 uren.
 
De Vlaamse regering kwam ook al tot een akkoord om deze maatregel te verlengen voor studentenprestaties in de zorgsector en het onderwijs tijdens het tweede kwartaal 2021. Het wetgevend kader is echter nog niet volledig rond.
 
We vermoeden dat er ook voor het derde kwartaal een verlenging zal komen, en dit ongeacht de sector waarin de student de prestaties levert. Ook deze verlenging is nog onder voorbehoud.
Voor studenten in Brussel geldt er voor het recht op kinderbijslag een maximum van 240 uren arbeidsprestaties als student op kwartaalbasis (met uitzondering van het derde kwartaal).
 
De regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest besliste om de prestaties als student tijdens het eerste en het tweede kwartaal 2021 niet in rekening te nemen bij de toekenning van de kinderbijslag.
 
Voor het derde kwartaal geldt het maximum van 240 uren niet. De extra arbeidsprestaties die de student zal leveren in het derde kwartaal 2021, zullen dan ook geen invloed hebben op het recht op kinderbijslag.
Wallonië maakt voor het recht op kinderbijslag een onderscheid tussen de kinderen geboren voor 1 januari 2001 en de kinderen geboren na deze datum.
 
Kinderen geboren voor 1 januari 2001
 
Sinds 1 januari 2021 koppelt de Waalse regering het recht op kinderbijslag aan een maximum van 475 uren arbeidsprestaties als student op jaarbasis.
 
Voor deze jongeren ziet het er naar uit dat de extra studentenprestaties wel zouden aangerekend worden op het maximum van 475 uren.
 
Kinderen geboren na 01.01.2001
 
In Wallonië hebben meerderjarige studenten tot 21 jaar een semiautomatisch recht op kinderbijslag.
 
Arbeidsprestaties als student hebben geen invloed op het recht op kinderbijslag. De extra arbeidsprestaties als student in het eerste, tweede en derde kwartaal 2021 zullen dus ook geen impact hebben op het recht op kinderbijslag.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.