Feedback
ella
Het thema "mobiliteit" was vorige week niet weg te denken uit de media. Een korte reconstructie van de feiten dringt zich dan ook op.
 
Groen licht voor mobiliteitsvergoeding ('cash for car')
 
Eerst en vooral zette de Kamer op donderdag 15 maart het licht definitief op groen voor de invoering van de mobiliteitsvergoeding.
Op basis van deze regeling kunnen werknemers met een bedrijfswagen die ze ook privé mogen gebruiken, de auto inleveren in ruil voor een extra bedrag in cash. Uiteraard enkel wanneer de werkgever hen daartoe de mogelijkheid biedt.
Deze mobiliteitsvergoeding wordt berekend op basis van de cataloguswaarde van de ingeleverde wagen en geniet een gunstige sociale en fiscale behandeling.
 
Het is nog wachten op de publicatie in het Belgisch Staatsblad vooraleer men hiermee aan de slag kan gaan.
 
Politiek akkoord over mobiliteitsbudget
 
Tegelijkertijd bereikte de regering ook een principieel akkoord over het mobiliteitsbudget. Via het mobiliteitsbudget kiezen werknemers voor een combinatie van transportmiddelen die hen het vlotst en op de meest milieuvriendelijke manier op het werk krijgen.
 
Het mobiliteitsbudget wordt bepaald op basis van de reële werkgeverskost van de bedrijfswagen die men opgeeft.
 
Werknemers kunnen hun budget besteden in drie pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling:
  • 1e pijler = een bedrijfswagen die milieuvriendelijker is dan de wagen die men opgeeft.
    Deze wordt op dezelfde manier behandeld als de bedrijfswagen nu.
  • 2e pijler = duurzame vervoermiddelen en -diensten (openbaar vervoer, fiets(vergoeding), carpooling, …).
    Het bedrag dat men hier spendeert is volledig vrijgesteld van sociale zekerheid en belastingen.
  • 3e pijler = restsaldo in cash
    Dit saldo is vrijgesteld van belastingen maar onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen.
 
Er is nog geen wettelijk kader voorhanden om het mobiliteitsbudget volgens deze principes in de praktijk toe te passen. Daartoe moeten nog heel wat wetgevende waters doorzwommen worden. 
 
Gevolgen voor de werkgever
De mobiliteitsvergoeding wordt binnenkort realiteit. Wanneer de werkgever de mogelijkheid biedt, zal een werknemer met een bedrijfswagen de auto kunnen inleveren in ruil voor een extra bedrag in cash.
Op het wettelijk mobiliteitsbudget is het nog even wachten.
 
Bij SD Worx kunt u aankloppen voor advies over mobiliteitsbeleid in uw bedrijf
We hebben heel wat expertise rond specifieke vervoersmiddelen, waaronder de (bedrijfs)wagen, de fiets en het openbaar vervoer. Uw werknemers kunnen budgetneutraal en juridisch waterdicht hun verplaatsingen efficiënt en op maat van hun behoeften organiseren.
 
U kan bij ons terecht voor advies, berekeningen, policies, overeenkomsten en implementatie.
 
Interesse in een van onze oplossingen? Of heeft u nog vragen? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Mail naar mobility@sdworx.com.
Bron:
Persmededeling Kris Peeters, Vice-Eersteminister en Minister van Werk, Economie en consumenten, belast met Buitenlandse Handel.
Donderdag 15 maart zette de Kamer het licht definitief op groen voor de invoering van de mobiliteitsvergoeding volgens het 'cash for car'-principe.
 
Een uitgebreide bespreking volgt nog. In afwachting daarvan verwijs ik graag naar onze nieuwsbrieven van 12 december 2017 en 11 januari 2018 en zet ik alvast enkele zaken op een rij die u moet weten over deze regeling.
 
Voor wie?
 
Aan de basis van de mobiliteitsvergoeding ligt een dubbele keuzevrijheid.
 
Werkgevers beslissen zelf of ze hun werknemers de mogelijkheid bieden hun bedrijfswagen in te ruilen voor cash en kunnen daar concrete voorwaarden aan verbinden.
 
De werknemer beslist dan of hij daar al dan niet op ingaat.
 
Wel geldt de mobiliteitsvergoeding alleen voor werkgevers die al minstens drie jaar bedrijfswagens aanbieden en voor werknemers die de voorbije drie jaar minstens twaalf maanden over een bedrijfswagen beschikten én 3 maanden ononderbroken onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag van de mobiliteitsvergoeding.
 
Voor startende werkgevers en werknemers die daar aan de slag gaan, geldt voornoemde periode van 36 maanden niet.
 
Een werknemer moet echter altijd minstens 12 maanden de beschikking hebben gehad over een bedrijfswagen. Intreders op de arbeidsmarkt en werknemers die na promotie in aanmerking komen voor een bedrijfswagen, komen dus niet onmiddellijk voor de vergoeding in aanmerking.
 
Wat levert de vergoeding op?
 
De mobiliteitsvergoeding is gelijk aan 20% van 6/7e van de cataloguswaarde van de ingeleverde wagen. Kwam de werkgever tussen in de brandstofkosten, dan wordt dit resultaat nog eens verhoogd met 20%.
 
Dit is een jaarbedrag, maar wordt in maandelijkse schijven betaald, zolang de werknemer in zijn functie recht heeft op een bedrijfswagen.
 
Voordelig?
 
De cash for car-regeling biedt heel wat (para)fiscale voordelen voor zowel werkgevers als werknemers.
 
Zo is de mobiliteitsvergoeding  geen loon en bijgevolg niet onderworpen aan gewone socialezekerheidsbijdragen.
De werkgever betaalt alleen een solidariteitsbijdrage, gelijk aan de CO2-bijdrage verschuldigd op de ingeleverde wagen.
Aan de mobiliteitsvergoeding is een belastbaar voordeel verbonden voor de werknemer, maar ook dat wordt berekend volgens de voordelige forfaitaire formule: 6/7e van de cataloguswaarde X 4%.

Wat met de vergoeding woon-werkverkeer?
 
Werknemers die opteren voor de mobiliteitsvergoeding, moeten na inlevering van hun bedrijfswagen de kosten voor hun woon-werkverplaatsingen zelf financieren.
De werkgever moet hier niet meer in tussen komen, ongeacht het gebruikte vervoermiddel. Doet hij dit toch, dan beschouwt men deze tussenkomst als loon, onderworpen aan RSZ en belastingen.
 
Enkel werknemers die de bedrijfswagen al minstens 3 maanden combineerden met een openbaar vervoerabonnement en/of een bedrijfsfiets en/of een fietsvergoeding en/of een vergoeding voor carpooling, kunnen van de bijhorende vrijstellingen blijven genieten na inlevering van de bedrijfswagen.
Op donderdag 15 maart bereikte het kernkabinet ook een principieel akkoord over het mobiliteitsbudget. Via het mobiliteitsbudget kiezen werknemers voor een combinatie van transportmiddelen die hen het vlotst en op de meest milieuvriendelijke manier op het werk krijgen.
 
Het mobiliteitsbudget toont gelijkenissen met de mobiliteitsvergoeding, maar wijkt er op enkele cruciale punten van af.
 
Belangrijk om weten: er is enkel sprake van een principieel akkoord. Dit alles moet nog in wetteksten gegoten worden en is dus voor wijzigingen vatbaar. We kunnen voorlopig enkel de krijtlijnen van het akkoord meegeven.
 
Voor wie?
 
Aan de basis van het mobiliteitsbudget ligt dezelfde dubbele keuzevrijheid: de werkgever is niet verplicht dit systeem in te voeren; de werknemer is niet verplicht voor het mobiliteitsbudget te kiezen.
 
Werknemers die al gedurende minstens 12 maanden een bedrijfswagen ter beschikking hadden (en minstens 3 maanden voor de aanvraag), komen voor het mobiliteitsbudget in aanmerking.
 
Wie aanspraak kan maken op een bedrijfswagen, maar dit recht om één of andere reden niet uitoefent, komt ook in aanmerking voor het mobiliteitsbudget.
Wel geldt hier dezelfde minimumperiode (12 maanden recht en minstens 3 maanden voor aanvraag).
 
Deze voorwaarden gelden niet voor intreders op de arbeidersmarkt en evenmin bij verandering van werkgever.
 
Wat levert het budget op?
 
Het mobiliteitsbudget wordt bepaald op basis van de reële werkgeverskost van de bedrijfswagen die men opgeeft.
 
Hieronder zit de financieringskost van de bedrijfswagen vervat, maar ook alle bijhorende kosten (verzekering, brandstof, onderhoud, …).
 
Waaraan besteden?
 
In tegenstelling tot de mobiliteitsvergoeding, kan de bedrijfswagen nog altijd een plaats hebben in het mobiliteitsbudget.
 
Werknemers kunnen hun budget met name besteden in drie pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling:
  • 1e pijler = een bedrijfswagen die milieuvriendelijker (o.m. lagere CO2-uitstoot) is dan de wagen die men opgeeft.
    Deze wordt op dezelfde manier behandeld als de bedrijfswagen nu: niet onderworpen aan gewone RSZ-bijdragen, maar enkel een CO2-solidariteitsbijdrage in hoofde van de werkgever. Voor de werknemer geldt een forfaitair belastbaar voordeel van alle aard in functie van cataloguswaarde, ouderdom en CO2-uitstoot van de wagen.
  • 2e pijler = duurzame vervoermiddelen en -diensten (openbaar vervoer, fiets(vergoeding), carpooling, …).
    Wat hieronder thuishoort, is bij koninklijk besluit te bepalen. Meer dan waarschijnlijk vinden we hier openbaar vervoer terug, maar ook (deel)fietsen en de fietsvergoeding.
    Het bedrag dat men hier spendeert is volledig vrijgesteld van sociale zekerheid en belastingen.
  • 3e pijler = restsaldo in cash
    Het deel van het budget dat op het einde van het jaar niet gespendeerd werd in pijlers 1 en 2, ontvangt de werknemer op het einde van het jaar in loon.
    Dit restsaldo is vrijgesteld van belastingen maar onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen.
De mobiliteitsvergoeding wordt met terugwerkende kracht geldig vanaf 1 januari 2018.
 
Voor een effectieve toepassing is het nog even wachten op de officiële publicatie in het Staatsblad.
 
Inzake het mobiliteitsbudget beschikken we enkel over een politiek akkoord, gesloten op het niveau van het kernkabinet.
Er is nog geen wettelijk kader voorhanden om dit mobiliteitsbudget in de praktijk toe te passen. Daartoe moeten nog heel wat wetgevende waters doorzwommen worden. 

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.