Feedback
ella
De ministerraad keurde op 21 mei 2021 het voorontwerp van wet goed waarmee de regering de mobiliteit versneld wil vergroenen. Eén van de pijlers daarvan is het federale mobiliteitsbudget.
 
Door een uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden, wil de regering dit mobiliteitsbudget een duw in de rug geven.
 
In tegenstelling tot wat in het persbericht van de minister van Financiën werd aangekondigd, zouden de wachttermijnen voor werknemer en werkgever dan toch niet verdwijnen. Nochtans vormen zij vandaag een belangrijke rem op de doorbraak van het mobiliteitsbudget.
 
Situering
 
Het mobiliteitsbudget is het bedrag dat de werknemer ter beschikking krijgt van zijn werkgever, wanneer hij afziet van zijn (recht op een) bedrijfswagen.  
 
Via het mobiliteitsbudget kunnen werknemers vervolgens kiezen voor een combinatie van vervoermiddelen (milieuvriendelijke wagen en/of duurzame mobiliteitsmodi) die hen het vlotst en op de meest milieuvriendelijke manier op het werk krijgt. Uiteraard op voorwaarde dat hun werkgever hen deze mogelijkheid biedt.
 
Versoepelingen
 
Vanaf 1 september 2021 zou de werkgever meer vrijheid krijgen om te bepalen welke werknemers in aanmerking komen voor een mobiliteitsbudget. De toekenning moet niet meer gekoppeld zijn aan een functiecategorie.
 
Uitbreiding bestedingsmogelijkheden
 
In pijler 2 – duurzame mobiliteit – voorziet de regering volgende nieuwe keuzemogelijkheden:
  • financiering van abonnementen voor het openbaar vervoer voor de inwonende gezinsleden van de werknemer;
  • huisvestingskosten:
    • te financieren voor wie binnen een straal van 10 km van het werk woont (in plaats van 5 km);
    • het volledige aflossingsbedrag van de hypothecaire lening komt in aanmerking. Nu is dat enkel het geval voor de intresten;
  • fietsen/bromfietsen/… : financiering via lening, stallingskosten en uitrusting voor bescherming en zichtbaarheid van bestuurder en passagier;
  • elektrisch aangedreven gemotoriseerde driewielers (personenvervoer) en vierwielers met gesloten passagiersruimte;
  • parkeerkosten die verband houden met het gebruik van openbaar vervoer;
  • kilometervergoeding van maximum 0,24 EUR per kilometer voor de woon-werkafstand die een werknemer te voet aflegt of met een voortbewegingstoestel (step, monowheel, rollator, …)
    Let wel: deze vrijgestelde ‘voetgangerspremie’ geldt enkel binnen het mobiliteitsbudget.
 
Verstrengingen
 
De regering heeft ook enkele verstrengingen in petto.
 
Minstens aanbod in pijler 2
Tot nu toe was een werkgever niet verplicht om elk van de 3 pijlers (wagen / duurzame mobiliteit / cash) aan te bieden aan zijn werknemers.
Daar zou nu verandering in komen. De regering wil vooral de duurzame mobiliteit promoten. Daarom zou de werkgever vanaf 1 september 2021 minstens een aanbod in pijler 2 moeten doen.
 
Geen CO2-uitstoot
Wie instapt in 2026 kan binnen pijler 1 enkel nog een wagen kiezen die geen CO2 uitstoot.
 
Vanaf diezelfde datum zou de zero-emissie-norm ook gelden binnen pijler 2 voor:
  • alle gemotoriseerde voertuigen binnen de categorie ‘zachte mobiliteit' (onder meer bromfiets); en
  • het autodelen en de huur van wagen met chauffeur.
 
Total Cost of Ownership
De hoogte van het mobiliteitsbudget is gelijk aan de Total Cost of Ownership (TCO) van de wagen. Deze TCO is gelijk aan de jaarlijkse bruto kost voor de werkgever, met inbegrip van alle (para)fiscale lasten.
 
Vanaf 1 september 2021 zou de werkgever de kosten verbonden aan het beroepsmatig gebruik van de bedrijfswagen, buiten beschouwing mogen laten voor de samenstelling van het mobiliteitsbudget.

Hij zal de werknemer dan wel moeten vergoeden voor de professionele verplaatsingen. Deze vergoeding komt bovenop het mobiliteitsbudget.
 
Wachttermijnen dan toch niet op de schop?
Momenteel moeten zowel werkgever als werknemer specifieke wachttermijnen in acht nemen voor zij van start kunnen gaan met het mobiliteitsbudget.
 
Deze wachttermijnen zetten echter een aanzienlijke rem op de doorbraak van het systeem. Daarom werd het plan opgevat om het mobiliteitsbudget meteen toegankelijk te maken voor iedereen met (recht op) een bedrijfswagen.
 
Deze piste zou men echter verlaten hebben. 
 
Vanaf wanneer?
 
De wijzigingen zouden in werking treden op 1 september 2021.
 
Opgelet!
De ministerraad keurde een voorontwerp van wet goed waarmee de regering de mobiliteit versneld wil verduurzamen.
 
De Raad van State zal zich nu over dit voorontwerp buigen. Vervolgens is er nog een hele weg af te leggen vooraleer de bepalingen wet zijn. De regeling zoals hier besproken, kan dus nog wijzigen.
 
Gevolgen voor de werkgever
Met het mobiliteitsbudget beschikt de werkgever over een interessant instrument om de mobiliteit van zijn werknemers op een andere, meer duurzame manier te organiseren.
 
Met enkele gerichte ingrepen en uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden wil de regering het mobiliteitsbudget vanaf 1 september 2021 een duw in de rug geven.
 
Werkgevers die hiermee aan de slag willen gaan of hun mobiliteitsbeleid onder de loep willen nemen, kunnen hiervoor terecht bij onze consultants.
 
Bron:
Het federale mobiliteitsbudget zet vooral in op duurzame mobiliteit en bestaat nu iets meer dan 2 jaar. Iedereen erkent de troeven van dit systeem, maar de grote doorbraak blijft voorlopig uit.
 
Door enkele versoepelingen aan het systeem aan te brengen, wil de regering het mobiliteitsbudget een duw in de rug geven.
 
Er zouden vooral extra bestedingsmogelijkheden inzake duurzame mobiliteit komen.
 
De wachttermijnen voor werknemer en werkgever zouden voorlopig dan toch niet verdwijnen. Nochtans vormen zij een belangrijke rem op de doorbraak van het mobiliteitsbudget.
 
We zetten de nieuwigheden voor u op een rij.
Vanaf 1 september 2021 zou de werkgever meer vrijheid krijgen om te bepalen welke werknemers in aanmerking komen voor een mobiliteitsbudget.
 
Momenteel kan de werkgever enkel een mobiliteitsbudget toekennen aan een werknemer die deel uitmaakt van een functiecategorie met recht op een bedrijfswagen.
 
Vanaf 1 september 2021 zou de toekenning niet meer gekoppeld moeten zijn aan functiecategorie. Het bedrijfswagenbeleid van de werkgever wordt dan de doorslaggevende factor.
De hoogte van het mobiliteitsbudget is gelijk aan de Total Cost of Ownership (TCO) van de wagen. Deze TCO is gelijk aan de jaarlijkse bruto kost voor de werkgever, met inbegrip van alle (para)fiscale lasten.
 
Formule
De regering voorziet de mogelijkheid om bij koninklijk besluit een formule vast te leggen voor de bepaling van de TCO.
 
Kosten beroepsmatig gebruik
Vanaf 1 september 2021 zou de werkgever de kosten verbonden aan het beroepsmatig gebruik van de bedrijfswagen, buiten beschouwing mogen laten bij de bepaling van de grootte van het mobiliteitsbudget.

Hij moet de werknemer dan wel vergoeden voor de professionele verplaatsingen. Deze vergoeding komt bovenop het mobiliteitsbudget.
De werknemer kan zijn mobiliteitsbudget in drie pijlers besteden:
  • pijler 1: een milieuvriendelijke bedrijfswagen
    Wie vandaag instapt, moet rekening houden met een maximale CO2-uitstoot van 95 gr/km. De wagen geniet eenzelfde sociale en fiscale behandeling als de 'gewone' bedrijfswagen die een werkgever buiten het kader van het mobiliteitsbudget ter beschikking stelt.
  • pijler 2: duurzame mobiliteit
    Keuzes die werknemers in deze pijler maken, zijn volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.
  • pijler 3: restsaldo in cash
    Het saldo van het mobiliteitsbudget wordt in één keer uitbetaald op het einde van het betrokken kalenderjaar. Het saldo is vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing maar onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%.
 
De keuzemogelijkheden zijn afhankelijk van het aanbod dat de werkgever doet.
 
De regering wil alvast de bestedingsmogelijkheden in pijler 2 uitbreiden. 
Momenteel kan de werknemer met het mobiliteitsbudget de aankoop, huur, leasing, het onderhoud en de verplichte uitrusting financieren van bijvoorbeeld een fiets of 'voortbewegingstoestel'.
 
Financiering
Het sluiten van een lening valt voorlopig uit de boot. Daar komt vanaf 1 september 2021 verandering in.
 
Stallingskosten
Ook de stallingkosten van een (brom)fiets, speed pedelec, elektrische motorfiets, … zal men vanaf dan kunnen financieren via het mobiliteitsbudget.
Deze kosten beperken zich niet tot de context van openbaar vervoer. Niet elke werknemer beschikt over een veilige plek in of aan de woning om bijvoorbeeld zijn fiets te stallen.
Daarom zullen ook kosten voor betalende fietsparkings in aanmerking komen.
 
Uitrusting
Momenteel kan men enkel verplichte uitrusting financieren via het mobiliteitsbudget. Denk aan de helm voor gebruikers van een speed pedelec, of verplichte veiligheidsuitrusting voor de motorfiets.
 
De regering breidt dit uit tot elke vorm van uitrusting die de veiligheid en zichtbaarheid van de bestuurder en passagier bevorderen. Denk bijvoorbeeld aan een fietshelm of een fluohesje.
Voor een terugbetaling via het mobiliteitsbudget komen losse tickets in aanmerking. Werknemers kunnen deze ook aankopen voor zuivere privéverplaatsingen met het gezin.
Een abonnement komt enkel in aanmerking wanneer het op naam staat van de werknemer en gekoppeld is aan de woon-werkverplaatsing.
 
Vanaf 1 september 2021 komen ook abonnementen op naam van de inwonende gezinsleden van de werknemer in aanmerking.
 
Vanaf diezelfde datum zal de werknemer ook parkeerkosten, gekoppeld aan het gebruik van het openbaar vervoer, kunnen financieren met zijn mobiliteitsbudget.
Wie op 5 km van het werk woont, kan zijn huisvestingskosten financieren via het mobiliteitsbudget. Het betreft momenteel de huurkost of de intrest van de hypothecaire lening.
 
Vanaf 1 september 2021 zal deze mogelijkheid gelden voor wie tot 10 km van het werk woont. Vanaf dan zal het volledige bedrag van de hypothecaire lening in aanmerking komen - dus ook de kapitaalsaflossingen.
Wie te voet naar het werk komt, zal voor die gestapte afstand een voetgangerspremie kunnen krijgen, gelijk aan het bedrag van de vrijgestelde fietsvergoeding.
Momenteel bedraagt die maximum 0,24 EUR.
 
Deze premie zal ook van toepassing zijn voor wie zich met een voortbewegingstoestel verplaatst. Denk aan de (e-)step, rolschaatsen, een hooverboard, …
 
Let op!
Deze voetgangerspremie wordt voorlopig uitsluitend gecreëerd binnen de contouren van het mobiliteitsbudget.
 
Voor wie buiten dat kader te voet naar het werk komt, of bijvoorbeeld met de step, geldt deze vergoeding niet.
De regering voegt elektrisch aangedreven drie- en vierwielers toe aan de lijst van voortbewegingstoestellen.
De driewielers moeten geschikt zijn voor personenvervoer, de vierwielers moeten beschikken over een gesloten passagiersruimte.
 
Deze voertuigen kunnen de concurrentie aangaan met een motorfiets of wagen. Ze zijn geschikt voor personenvervoer, halen een snelheid van meer dan 45 km/uur.
Ze bieden een betere energie-efficiëntie door hun geringere massa en een kleinere voetafdruk op de openbare weg.
De regering heeft ook enkele verstrengingen in petto.
 
Minstens aanbod in pijler 2
Tot nu toe was een werkgever niet verplicht om elk van de 3 pijlers (wagen / duurzame mobiliteit / cash) aan te bieden aan zijn werknemers.
 
Daar zou nu verandering in komen. De regering wil vooral de duurzame mobiliteit promoten en voorziet daarom dat de werkgever minstens een aanbod in pijler 2 moet doen.
 
Geen CO2-uitstoot
Wie instapt in 2026 kan binnen pijler 1 enkel nog een wagen kiezen die geen CO2 uitstoot. Zo volgt het mobiliteitsbudget gelijke tred met de plannen voor de vergroening van het bedrijfswagenpark.
 
Vanaf diezelfde datum zou de zero-emissie-norm ook gelden binnen pijler 2 voor:
  • alle gemotoriseerde voertuigen binnen de categorie ‘zachte mobiliteit' (onder meer de bromfiets); en
  • het autodelen en de huur van wagen met chauffeur.
De toepassing van het mobiliteitsbudget riep heel wat vragen op.
 
Daarom maakte de regering al werk van de website www.mobiliteitsbudget.be. Hier vindt men een ruime waaier aan vragen en antwoorden terug.
 
Sommige zaken verduidelijkt de regering nu in de wet zelf.
 
Zo wordt duidelijk gesteld dat de werkgever bij de toekenning van het mobiliteitsbudget rekening moet houden met het tijdstip waarop dat gebeurt.
Het bedrag van het mobiliteitsbudget stemt dus overeen met het aantal kalenderdagen van het kalenderjaar waarin de werknemer deelneemt aan het systeem van mobiliteitsbudget.
Een werkgever moet gedurende minstens 3 jaar ononderbroken één of meerdere bedrijfswagens aanbieden aan één of meerdere werknemers. Enkel dan mag hij het mobiliteitsbudget aanbieden.
 
Ook voor een werknemer die wil instappen, geldt een wachtperiode.
Hij moet in die periode van 3 jaar minstens 12 maanden in aanmerking komen voor een bedrijfswagen én minstens 3 maanden ononderbroken onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag voor een mobiliteitsbudget.
 
Voor startende werkgevers en werknemers die nieuw in dienst komen, geldt hierop een uitzondering.
 
Deze wachttermijnen waren bij de start van het mobiliteitsbudget bedoeld als antimisbruikbepaling, maar bleken gaandeweg een belangrijke hindernis die de doorbraak van het systeem bemoeilijkt.
 
In tegenstelling tot eerdere berichtgeving zouden deze wachttermijnen dan toch niet op de schop gaan. Ons inziens is dat een gemiste kans om van het mobiliteitsbudget op korte termijn een succesverhaal te maken.
Alle informatie is voorlopig onder voorbehoud.
 
De ministerraad keurde het pakket dat nu voorligt, goed. Het voorontwerp gaat nu voor advies naar de Raad van State. Daarna moet het nog door de Kamer geloodst worden. 
 
De regeling zoals hier besproken, kan dus nog wijzigingen ondergaan.
 
We volgen het onderwerp van nabij op en komen hier op terug van zodra de informatie stabieler is.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.