Feedback
ella
Dat de coronacijfers opnieuw de lucht inschieten is een understatement. De gezondheidszorg staat zwaar onder druk. Zij kampen met een enorm personeelstekort. Ook in het onderwijs zijn er handen te kort.
 
Voor studenten is hier een belangrijke rol weggelegd.
 
Daarom wil de regering studenten aanmoedigen om de zorgsector en het onderwijs te ondersteunen.
 
Gisterenavond keurde de Kamer een wetsvoorstel goed waarmee zij studenten wil aanmoedigen om in deze sectoren aan de slag te gaan. De uren die een student presteert in de zorgsector of het onderwijs in het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 komen niet in rekening van het jaarlijks contingent van 475 uren.
 
Wat betekent deze maatregel concreet?
Tijdens het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 kan een werkgever uit de zorgsector en het onderwijs studenten tewerkstellen met toepassing van de RSZ-solidariteitsbijdrage van 8,13%. De werkgever neemt hiervan 5,42% voor zijn rekening, 2,71% is ten laste van de student. Deze uren zal men niet aftrekken van het jaarlijks contingent van 475 uren.
 
De uren die de student presteert in het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 worden dus geneutraliseerd.
 
Opgelet!
De Kamer keurde deze bepalingen al goed, maar ze zijn nog niet officieel gepubliceerd. 
 
We vinden het echter belangrijk u nu al te informeren.
 
De kans op wijzigingen is klein. Toch willen we vermelden dat alle informatie in deze nieuwsbrief slechts geldt onder voorbehoud van publicatie in het Staatsblad.
 
Gevolgen voor de werkgever
Je kan als werkgever studenten tijdens het vierde kwartaal 2020 en eerste kwartaal 2021 tewerkstellen met toepassing van de solidariteitsbijdrage van 8,13%.
Deze uren zal men niet aftrekken van het jaarlijkse contingent van 475 uren.
 
De aangifteverplichting blijft ongewijzigd voor de werkgever. Dus enerzijds een Dimona 'STU' vóór de tewerkstelling aanvangt en achteraf een DmfA-aangifte van de gepresteerde uren.
Bron:
Wetsontwerp inzake verschillende sociale maatregelen ingevolge de COVID-19-pandemie, www.dekamer.be
In principe zijn de prestaties van de student onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen.
 
Als voldaan is aan volgende voorwaarden, is enkel een verlaagde solidariteitsbijdrage verschuldigd:
  • de student heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor studenten;
  • de tewerkstelling als student is beperkt tot maximum 475 uren per kalenderjaar;
  • studentenarbeid kan enkel tijdens periodes waarin de student niet verplicht aanwezig moet zijn in de onderwijsinstellingen.
 
Er geldt dan een beperkte solidariteitsbijdrage van 8,13%. 
 
Hiervan is:
  • 5,42% ten laste van de werkgever; en
  • 2,71% ten laste van de student.
Bij de start van de coronacrisis groeide de nood aan bijkomende arbeidskrachten in een aantal kritische sectoren zoals de zorgsector, de grootdistributie, de voedingssector, … 
 
Toen werd er beslist dat werkgevers een beroep konden doen op studenten en hen tewerk te stellen met toepassing van de solidariteitsbijdragen. Deze uren werden niet aangerekend op het jaarlijks contingent van 475 uren. Deze maatregel gold voor het tweede kwartaal 2020, ongeacht de sector waarin de student tewerkgesteld werd.
 
Dat de coronacijfers opnieuw de lucht inschieten is een understatement. De gezondheidszorg staat zwaar onder druk. Zij kampen met een enorm personeelstekort. Ook in het onderwijs zijn er handen te kort.
 
Voor studenten kan hier een belangrijke rol weggelegd zijn.
 
Daarom wil de regering studenten aanmoedigen om de zorgsector en het onderwijs te ondersteunen. Gisterenavond keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat het makkelijker maakt om studenten tewerk te stellen in deze sectoren.
 
Deze werkgevers kunnen tijdens het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 studenten tewerkstellen met toepassing van de solidariteitsbijdragen. Opnieuw zullen deze uren niet aangerekend worden op het jaarlijks contingent van 475 uren.
 
Deze uren zullen als het ware worden geneutraliseerd.
 
Opgelet deze maatregel geldt dus enkel voor de tewerkstelling in de zorgsector en het onderwijs.
Voor de zorgsector gaat het dan concreet het om de paritaire comités 318, 319, 330, 331 en 332, evenals de openbare zorginstellingen (NACE-codes 86101, 86102, 86103, 86104, 86109, 86901, 86903, 86906, 87101, 87109, 87301).
 
Deze lijst kan aangevuld worden door de minister bevoegd voor arbeid.
Om de solidariteitsbijdrage te kunnen genieten, moet de werkgever de prestaties van de student vóór aanvang van de tewerkstelling in Dimona aangeven met het type werknemer “STU”.
 
Voor zover geweten blijft deze verplichting gelden, ook voor de zorgsector die in het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 een beroep doet op de tewerkstelling van studenten.
 
Het contingent waarover de student beschikt, wordt in principe onmiddellijk aangepast in functie van de uren die de werkgever reserveert.
Omdat de uren voor het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 geneutraliseerd worden, zal men deze uren echter niet in mindering brengen van het contingent van 475 uren. De RSZ zal op dit proces moeten ingrijpen.
Studenten tot 18 jaar hebben onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag. De maatregel die studenten aanmoedigt om in de zorgsector en het onderwijs aan de slag te gaan, zal dan ook geen invloed hebben op het recht op kinderbijslag.
 
Voor studenten vanaf 18 jaar gelden er specifieke regels, die op regionaal niveau worden vastgelegd.
Om het recht op kinderbijslag te behouden, mogen studenten:
  • in Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maximaal 240 uur werken tijdens het 2de kwartaal;
  • in Vlaanderen maximaal 475 uren met een studentenovereenkomst werken.
 
In het voorjaar werd deze regelgeving aangepast zodat studenten hun recht op gezinsbijslagen gedurende dat schooljaar/academiejaar behouden.

Ook nu weer zal deze regelgeving aangepast moeten worden, opdat het recht op kinderbijslag niet verloren gaat. We hebben momenteel nog geen zicht op nieuwe wetgeving. Maar gezien de aanpassingen van begin dit jaar, mogen deze nu waarschijnlijk ook weer verwachten.
Om fiscaal ten laste te blijven van de ouders kijkt men niet naar het aantal uren dat de student werkt, maar naar zijn inkomen.
 
Een student blijft fiscaal ten laste van zijn ouders wanneer hij per jaar niet meer verdient dan een bepaald maximumbedrag.
 
Voor het tweede kwartaal 2020 besloot de fiscus dat het extra inkomen tijdens dit kwartaal niet in aanmerking werd genomen om te bepalen of de student nog steeds ten laste kan zijn van zijn/haar ouders.
 
Vermoedelijk zal de fiscus hier weer het nodige initiatief nemen om het extra inkomen van het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 uit te sluiten.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.