Feedback
ella
Evaluatie en voorstel opeenvolgende dagcontracten
 
De sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) formuleerden deze zomer een éénparig advies over de evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid (verder afgekort als ODC's).
 
Zij stellen vast dat het gebruik van ODC's daalt. Maar er is her en der oneigenlijk en overmatig gebruik. Daarom formuleren ze een concreet voorstel om dit aan te pakken.
 
Zij vragen de ontwikkeling van een adequaat juridisch responsabiliseringssysteem. Het moet gebaseerd zijn op RSZ-gegevens en eenvoudig, praktisch uitvoerbaar en doeltreffend zijn.  
 
We schetsen de hoofdlijnen van het systeem dat de sociale partners voorstellen. Er zijn nog geen verdere details of modaliteiten.  
 
Let wel op! 
Dit is slechts een voorstel en nog geen wetgeving.  Deze informatie is met andere woorden onder alle voorbehoud.
 
Nieuwe bijzondere sociale bijdrage
 
De sociale partners willen gebruikers/werkgevers voor wie vastgesteld wordt dat ze overmatig interimkrachten met ODC's tewerkstellen (= bepaalde drempels overschrijden), automatisch verantwoordelijk stellen en een bijzondere socialezekerheidsbijdrage opleggen.
 
Welke uitzendkrachten?
Het gaat om uitzendkrachten verbonden met een uitzendkantoor met ODC's zoals die berekend worden door de RSZ (enkel 'opeenvolgende dagcontracten' van één dag).
Gepensioneerden, flexi-jobs en gelegenheidswerknemers zijn uitgesloten.
 
Welke gebruikers?
Het systeem is van toepassing op alle gebruikers van uitzendkrachten in ODC's' zoals berekend door RSZ. De RSZ zal die gebruikers identificeren via de kwartaalaangiftes van het uitzendkantoor.
 
Drempels
De gebruiker/werkgever betaalt een bijzondere bijdrage aan de RSZ bij overschrijding van bepaalde drempels per semester en per uitzendkracht.  
 
Hoogte bijdrage
De bijzondere bijdrage verloopt progressief.  Hoe groter het aantal ODC's per semester voor een bepaalde uitzendkracht bij dezelfde gebruiker, des te groter is het basisbedrag van de bijzondere bijdrage voor die gebruiker.  Het basisbedrag (van de overschreden drempel) wordt vermenigvuldigd met het aantal ODC's waarop de gebruiker beroep deed voor die bepaalde uitzendkracht in dat semester.  
 
Onderstaande tabel geeft een overzicht.
 
aantal ODC's/semester/uitzendkracht voor dezelfde gebruiker
Bijzondere bijdrage in euro
per semester en per uitzendkracht
 
0-39
 
 
0
40-59
10 x aantal ODC's
(minimum 400 euro en maximaal 590 euro)
60-79
15 x aantal ODC's
(min 900 euro en max 1.185 euro)
80-99
30 x aantal ODC's
(min 2.400 euro en max 2.970 euro)
100 en meer
40 x aantal ODC's
(min 4.000 euro)
 
Taken RSZ
De RSZ gaat na per gebruiker en per uitzendkracht met ODC's of één van de drempels overschreden is tijdens een bepaald semester (periode van 1/1 tot 30/06 en van 1/7 tot 31/12). 
Ingeval van overschrijding(en) bij een gebruiker, berekent de RSZ het bedrag aan bijzondere bijdrage en int het rechtstreeks bij de gebruiker. 
 
Ontwikkeling nieuwe 'teller'
Om de gebruiker en uitzendkracht in staat te stellen het aantal gepresteerde ODC's op te volgen, denkt men aan een nieuwe 'teller' in de applicatie interim@work (vergelijkbaar met de teller in de applicatie student@work).
 
Terugvorderingsmogelijkheid
Gebruikers krijgen de mogelijkheid om de aangerekende bijzondere bijdrage terug te vragen voor een bepaald semester, als ze 'behoorlijk met redenen omklede uitzonderlijke omstandigheden' kunnen aantonen.
 
Een aanvraag tot onderzoek van terugbetaling gebeurt bij de Commissie van Goede Diensten, na raadpleging in de onderneming. De bijzondere omstandigheden en reden voor terugbetaling moeten toegelicht worden.
 
De Commissie geeft advies aan de RSZ, die beslist over het al dan niet toekennen van de terugbetaling. De procedure moet verder vastgelegd worden.
 
Inwerkingtreding
 
De NAR wenst een inwerkingtreding van het systeem op 1 januari 2023. Hij vraagt zo snel mogelijk werk te maken van de wetgeving, de nodige budgetten en operationele maatregelen.
 
Deze timing lijkt ons weinig realistisch.  Op dit moment is er slechts een voorstel dat nog goedkeuring en omzetting in reglementering vraagt. 
 
Ook op praktisch vlak is er nog een hele weg te gaan.  Denk maar aan de opvolging en controle die de RSZ zal moeten uitvoeren op basis van kwartaalaangiftes van het uitzendkantoor. Dit is slechts haalbaar op langere termijn.
 
We gaan er bovendien vanuit dat het systeem enkel voor de toekomst zal gelden, voor kwartalen vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe regeling.  
 
Opgelet!
Deze bespreking is gebaseerd op een NAR-advies. Deze bespreking geldt onder voorbehoud van goedkeuring, omzetting in wetgeving en publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron:
Advies NAR nr. 2.310 van 19 juli 2022 - Cao nr. 108 – Artikel 40 – Evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid
 
 
Sinds 2013 bestaat er een reglementair kader voor het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid (cao nr 108 van 16 juli 2013). 
De regels werden aangepast en verstrengd sinds 1 oktober 2018 (cao nr. 108/2 van 24 juli 2018).
 
Heel kort samengevat moet de gebruiker van 'opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid':
  • een voldoende tastbare 'nood aan flexibiliteit' kunnen aantonen; en
  • een verstrengde informatie- en raadplegingsprocedure respecteren ten aanzien van de werknemersvertegenwoordigers.
 
Sinds 1 oktober 2018 is strikter bepaald:
  • wat begrepen mag worden onder 'nood aan flexibiliteit',
  • hoe de informatieverstrekking en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers moet gebeuren; en
  • hoe de evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid verloopt.
 
De huidige regering heeft zich in het regeerakkoord uitdrukkelijk verbonden om:
  • te vermijden dat uitzendkrachten gedurende lange periodes afhankelijk zijn van opeenvolgende dagcontracten bij éénzelfde gebruiker;
  • oneigenlijk en overmatig gebruik ervan te bestrijden in overleg met de sociale gesprekspartners.
 
Merk op! 
Dit type van contracten (ODC's) bij interims blijft behouden als een instrument om te voldoen aan de grote nood aan flexibiliteit bij bepaalde werkgevers en om snel en vlot tijdelijke personeelsbehoeften in te vullen. Enkel het oneigenlijk en overmatig gebruik ervan wil men indijken.
 
Het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor interimkrachten moet een uitzondering blijven (om te kunnen inspelen op de onvoorspelbaarheid van de economische realiteit), maar mag geenszins een businessmodel zijn waarmee de continuïteit binnen de onderneming gegarandeerd wordt.
CAO 108 - zoals aangepast sinds 1 oktober 2018 - definieert ODC's voor uitzendarbeid.
 
Opeenvolgende dagcontracten zijn contracten met een looptijd van maximum 24u die elkaar opvolgen, of hooguit gescheiden worden door een feestdag en/of een gewone inactiviteitsdag die binnen de onderneming geldt voor de categorie van werknemers waartoe de uitzendkracht behoort.
 
Het begrip 'gewone activiteitsdag' heeft betrekking op de inactiviteitsdagen die eigen zijn aan de arbeidsregeling die van toepassing is in de onderneming of in een van de afdelingen van de onderneming. Het gaat dus niet om de gewone inactiviteitsdagen die eigen zijn aan de arbeidsregeling die voor elke werknemer individueel geldt.
 
Een voorbeeld:
 
Stel, er wordt nooit op donderdag gewerkt in de onderneming, dan zullen een dagcontract op woensdag, gevolgd door een dagcontract op vrijdag beschouwd worden als twee opeenvolgende dagcontracten.
Opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker zijn toegestaan voor zover de nood aan flexibiliteit voor het gebruik van dergelijke opeenvolgende dagcontracten kan worden bewezen door de gebruiker.
 
Opeenvolgende dagcontracten zijn een onontbeerlijk instrument om de flexibiliteit binnen een onderneming te garanderen. Denk maar aan de horeca aan de kust, die sterk afhankelijk is van het Belgische weer.
 
Toch is het zaak aan te tonen dat er werkelijk een 'nood aan flexibiliteit' bestaat.
Een bedrijf moet kunnen aantonen dat het om een uitzondering om economische redenen gaat. Opeenvolgende dagcontracten mogen geen businessmodel op zich worden om de continuïteit van de onderneming te verzekeren.
 
Het begrip 'nood aan flexibiliteit' is omschreven in cao 108.  De gebruiker moet bewijzen dat diens werkvolume:
 
  • afhankelijk is van externe factoren, of;
  • sterk fluctueert, of nog;
  • gekoppeld is aan de aard van de opdracht.
De onderneming die uitzendkrachten met opeenvolgende dagcontracten inzet, heeft een informatie- en raadplegingsverplichting.
 
Bij het begin van ieder semester moet de volgende informatie aan de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging verstrekt worden:
 
  • gedetailleerde informatie over het aantal opeenvolgende dagcontracten in het voorgaande semester en het aantal uitzendkrachten dat tewerk werd gesteld met een opeenvolgend dagcontract;
  • het bewijs van de 'nood aan flexibiliteit';
  • informatie over het aantal uitzendkrachten per schijf van opeenvolgende dagcontracten. Let op, dit enkel indien de werknemersvertegenwoordigers daar uitdrukkelijk om verzoeken.
 
Het gaat in feite om een a posteriori raadplegings- en informatieverplichting.
 
Heeft het bedrijf geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, dan moet deze informatie door het uitzendkantoor aan het Fonds voor bestaanszekerheid voor de uitzendkrachten worden bezorgd.
 
Ook moet de gebruiker de ondernemingsraad (of de vakbondsafvaardiging) elk jaar raadplegen over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid en de motivatie om blijvend gebruik te maken van opeenvolgende dagcontracten. Dit gebeurt samenvallend met één van de twee semestriële informatiemomenten.
 
De werkgever kan hiervoor een beroep doen op het modelformulier dat als bijlage aan cao 108/2 gehecht is.
De sociale partners in de NAR brachten op 19 juli 2022 een éénparig advies uit voor de evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid.
 
Sinds 2018 gebeurt er een tweejaarlijkse evaluatie van het gebruik/misbruik van ODC's in de interimsector gebaseerd op cijfergegevens van de RSZ.
 
De sociale partners stellen vast dat:
  • enerzijds een mentaliteitswijziging merkbaar is: ondernemingen verminderen hun gebruik van ODC's of sluiten ze zelfs uit;
  • anderzijds bestaat er nog steeds oneigenlijk gebruik van ODC's.
 
In het recent advies formuleren de sociale partners dan ook een concreet voorstel om een einde te maken aan het overmatig gebruik van ODC's. Zij stellen voor een adequaat juridisch responsabiliseringssysteem te ontwikkelen. Het moet een eenvoudig, praktisch uitvoerbaar en doeltreffend systeem worden, gebaseerd op RSZ-gegevens.  Bovendien is administratieve vereenvoudiging een essentieel onderdeel.  
De sociale partners willen gebruikers-werkgevers voor wie vastgesteld wordt dat ze overmatig interimkrachten met ODC's tewerkstellen (= bepaalde drempels overschrijden), automatisch verantwoordelijk stellen en een bijzondere sociaalzekerheidsbijdrage opleggen. De gebruiker moet de bijdrage betalen, aangezien hij beroep doet op ODC's.
 
Sectorale regels mogen niet afwijken van de principes en uitzonderingen op het responsabiliseringsmechanisme.
 
Toepassingsgebied
 
Welke uitzendkrachten?
Het gaat om uitzendkrachten verbonden met een uitzendkantoor met ODC's zoals die berekend worden door de RSZ. Dit betekent dat enkel 'opeenvolgende dagcontracten' (van één dag) in aanmerking komen.
 
Gepensioneerden, flexi-jobs en gelegenheidswerknemers (in land- en tuinbouw en horeca) zijn uitgesloten van het responsabiliseringssysteem.
 
Welke gebruikers?
Het systeem is van toepassing op alle gebruikers van uitzendkrachten in ODC's' zoals berekend door RSZ. De RSZ moet die gebruikers kunnen identificeren.  Hiervoor zal men de DMFA van het uitzendkantoor moeten uitbreiden met de noodzakelijke gegevens.
 
Drempels per semester en per uitzendkracht
 
De gebruiker/werkgever zal een bijzondere bijdrage verschuldigd zijn aan de RSZ bij overschrijding van bepaalde drempels per semester en per uitzendkracht.  In totaal voorziet men 4 drempels. 
Het gaat dus om een overschrijding van een bepaald aantal ODC's voor dezelfde uitzendkracht in de loop van een bepaald semester bij dezelfde werkgever/gebruiker.
 
Hoogte bijdrage
 
De voorgestelde bijzondere bijdrage heeft een progressief karakter.  Hoe groter het aantal ODC's per semester voor een bepaalde uitzendkracht bij dezelfde gebruiker, des te groter is het basisbedrag van de bijzondere bijdrage voor die gebruiker. 
Het basisbedrag (van de overschreden drempel) wordt vermenigvuldigd met het aantal ODC's waarop de gebruiker beroep deed voor die bepaalde uitzendkracht in dat semester.  
 
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende drempels en bijhorende basisbedragen.
 
aantal ODC's/semester/uitzendkracht voor dezelfde gebruiker
Bijzondere bijdrage in euro
per semester en per uitzendkracht
 
0-39
 
 
0
40-59
10 euro x aantal ODC's
(minimum 400 euro en maximaal 590 euro)
60-79
15 euro x aantal ODC's
(min 900 euro en max 1.185 euro)
80-99
30 euro  x aantal ODC's
(min 2.400 euro en max 2.970 euro)
100 en meer
40 euro x aantal ODC's
(min 4.000 euro)
 
Opdrachten RSZ
 
Het voorstel belast de RSZ met de opdracht om per gebruiker en per uitzendkracht met ODC's na te gaan of één van de drempels overschreden is tijdens een bepaald semester
 
De referteperiodes voor de berekening lopen telkens van 1/1 tot 30/06 en van 1/7 tot 31/12. 
'Elke periode' met ODC's in de referteperiode zou in aanmerking komen voor deze berekening.
 
De controle zou moeten gebeuren op basis van de geregistreerde gegevens in de kwartaalaangiftes van de uitzendkantoren.  De DMFA van het uitzendkantoor moet in de toekomst de noodzakelijke gegevens vermelden.
 
Indien de RSZ overschrijdingen vaststelt bij bepaalde gebruikers, zal de RSZ het verschuldigd bedrag aan bijzondere bijdrage berekenen en rechtstreeks innen bij de werkgever/gebruiker. 
 
Nieuwe 'teller' voor opvolging ODC's door gebruiker en uitzendkracht
 
Om de gebruiker en uitzendkracht in staat te stellen het aantal gepresteerde ODC's op te volgen, denkt men aan de toevoeging van een nieuwe 'teller' in de applicatie interim@work (vergelijkbaar met de teller in de applicatie student@work).
 
Terugvorderingsmogelijkheid uitzonderlijke omstandigheden
 
Gebruikers krijgen de mogelijkheid om de aangerekende bijzondere bijdrage terug te vragen voor een bepaald semester, als ze 'behoorlijk met redenen omklede uitzonderlijke omstandigheden' kunnen aantonen. 
 
Een aanvraag tot onderzoek van terugbetaling kan gebeuren bij de Commissie van Goede Diensten.  Voorafgaand moet de werkgever de overlegorganen informeren en raadplegen (ondernemingsraad of bij afwezigheid daarvan de vakbondsafvaardiging).
De aanvraag moet bevatten:
  • het bewijs van raadpleging;
  • uiteenzetting van de bijzondere omstandigheden;
  • redenen waarom de bijdrage niet verschuldigd is.
 
De Commissie geeft advies aan de RSZ, nadat de gebruikers gehoord zijn.
De RSZ beslist over het al dan niet toekennen van de terugbetaling.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.