Feedback
ella
In het Belgisch Staatsblad van 15 juli 2022 verscheen een wet houdende diverse fiscale bepalingen. Deze bevat enkele relevante bepalingen voor de HR-praktijk, die we hier kort bespreken. 
 
  • Jonge sportbeoefenaars : aanpassing datum inwerkingtreding voor de overgangsregeling
 
Jonge sportbeoefenaars – 16,5%
Voor jonge sportbeoefenaars geldt een afzonderlijke aanslagvoet van 16,5 % voor de eerste schijf van 20.520 EUR (geïndexeerd – AJ 2022) bruto inkomsten als jonge sportbeoefenaars, belast in de personenbelasting of de belasting der niet-inwoners (natuurlijke personen).
Het gedeelte van de bezoldiging dat dit grensbedrag overschrijdt, wordt belast aan het algemeen, progressief tarief.
 
Jonge sportbeoefenaars in dit verband zijn enkel zij die:
    • 'bezoldigingen' van werknemers voor hun sportieve prestaties ontvangen;
      De hoedanigheid van de sportbeoefenaar (professioneel/amateur) heeft geen invloed.
    • op 1 januari van het aanslagjaar al 16 jaar, maar nog geen 26 jaar oud zijn.
 
Andere sportbeoefenaars – 33%
Voor de sportbeoefenaars die minstens 26 jaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar geldt voor diezelfde eerste schijf van 20.520 EUR (geïndexeerd – AJ 2022) een afzonderlijke aanslagvoet van 33%.
Althans voor zover hun sportieve activiteit een 'nevenactiviteit' is. Betrokkenen moeten dus uit een andere beroepsactiviteit beroepsinkomsten verkrijgen, waarvan het totaal bruto belastbaar bedrag hoger is dan de beroepsinkomsten uit hun sportieve activiteiten.
De betrokken bezoldigingen kunnen zowel bezoldigingen als werknemer zijn, maar ook beroepsinkomsten als zelfstandige.
 
Verlaging van de leeftijdsgrens naar 23 jaar
In het kader van de harmonisatie van het begrip ‘jonge sportbeoefenaar’ heeft men  de leeftijdsgrens voor het afzonderlijk belastingtarief van 26 jaar naar 23 jaar verlaagd. Dit vanaf 1 januari 2022.
 
Voor de sportbeoefenaars die op 1 januari 2022 de leeftijd van 23, 24 of 25 jaar hebben, kwam er een overgangsmaatregel. De oude regeling bleef op hen van toepassing tot zij de leeftijd van 26 jaar bereikt hebben.
Alleen was het zo dat men voor de toepassing van de overgangsregeling rekening hield met de leeftijd van de jongeren op 1 januari 2022. Dit zorgde ervoor dat die jonge sportbeoefenaars die 23 jaar oud werden gedurende 2022 uit de boot vielen. Zij  konden met andere woorden niet genieten van het verlaagd tarief.
Deze technische fout zet me nu recht door de datum waarop men de leeftijd in aanmerking neemt, te verschuiven naar 1 januari 2023. Die datum moet men immers als een aanslagjaar interpreteren.
 
Op het vlak van bedrijfsvoorheffing heeft deze rechtzetting geen gevolgen.
 
 
  • Steunzones : men schaft groep A en B af
 
Werkgevers die in steunzonesinvesteringen doen met het oog op jobcreatie moeten 25% van de ingehouden bedrijfsvoorheffing (BV) niet doorstorten aan de schatkist. Uiteraard mits voldaan is aan een reeks voorwaarden.
 
In die steungebieden moet een onderscheid worden gemaakt tussen de zones die binnen de steungebieden vallen die zijn opgenomen in de regionale steunkaart (die groep A vormen) enerzijds, en de zones die niet op die steunkaarten voorkomen (die groep B vormen), anderzijds.
De KMO’s kunnen van de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing genieten als ze tot groep A of groep B behoren. De grote ondernemingen moeten daarentegen hun investering verrichten in een inrichting gelegen in een steunzone die is opgenomen in de A-groep om van de vrijstelling te genieten. Met andere woorden als de inrichting gelegen is in een zone die voorkomt op deregionale steunkaart.
 
Het onderscheid tussen groep A en groep B verdwijnt. In de plaats daarvan stelt de regering voor om in de fiscale wetgeving voor de grote ondernemingen rechtstreeks naar de Belgische regionale steunkaart te verwijzen. Daardoor vermijdt men een wettelijk ingrijpen bij iedere wijziging van de Regionale steunkaart.
 
Voor lopende steunaanvragen heeft dit geen impact. Grote ondernemingen zullen in de toekomst enkel kunnen genieten van de steunmaatregel voor investeringen in de afgebakende steunzones vastgelegd bij KB én voorkomen op de Belgische regionale steunkaart.
 
Opgelet ! De toepassingsperiode van de Belgische regionale steunkaart liep ten einde op 31 december 2021. België had immers nog geen regionale steunkaart aan de Europese Commissie voorgelegd voor de periode ?2022-2027.
Grote ondernemingen kunnen dus (voorlopig) de fiscale steunmaatregel voor de betrokken gebieden niet langer genieten.??Degenen die vóór 1 januari 2022 een aanvraag tot steun hebben ingediend, komen wél nog altijd in aanmerking voor de maatregel als ze aan alle wettelijke voorwaarden voldoen. Zie ook onze nieuwsbrief van 26 februari 2022.
Die ondernemingen moeten dus nog wachten tot Europa de nieuwe regionale steunkaart voor België goedkeurt voor de periode 2022-2027. Deze wetswijziging doet hieraan dus geen afbreuk.
 
Tenslotte wordt uitdrukkelijk in de wet ingeschreven dat de beoordeling als KMO of middelgrote onderneming moet gebeuren op het moment van indiening van het aanvraagformulier
 
 
  • Ficheverplichting voor verenigingswerk
 
Sinds 1 januari 2022 hebben we een nieuwe regeling voor verenigingswerk (ook wel ‘artikel 17’ genoemd). De inkomsten verkregen in kader van dit verenigingswerk moeten worden opgenomen op een inkomstenfiche. Deze wet verankert deze plicht in de wet.
 
 Elke werkgever moet voor voor elke verenigingswerker een inkomstenfiche opstellen met een aantal inlichtingen:
 
  • identiteit van de verkrijger;
  • rijksregisternummer;
  • omschrijving geleverde prestaties;
  • aantal gepresteerde uren per kwartaal;
  • bedrag van de beloningen, eventueel opgesplitst naargelang de aard.
 
De verdere inhoud van het document, de termijn en de manier waarop het bij de bevoegde administratie moet worden ingediend, wordt later bepaald bij KB.
 
 
De volgende onderpen kwam al aan bod in andere nieuwsbrieven en werden ongewijzigd goedgekeurd :
 
  • Uitstel aanvraag nieuw statuut buitenlandse kaderleden (BBIB en BBIO)
 
Werknemers en bedrijfsleiders die vanaf 1 januari 2022 willen gebruik maken van het nieuwe statuut van buitenlandse kaderleden moeten daarvoor een aanvraag indienen bij de fiscus.
De normale termijn van indiening bedraagt drie maanden vanaf de datum van tewerkstelling in België.
 
De wet voorziet een uitstel tot uiterlijk 30 september 2022.
 
Deze datum geldt zowel voor nieuwe aanvragen als voor diegenen die reeds van het oude statuut genieten en wensen over te stappen naar het nieuwe statuut (opt-in).
 
Zie nieuwsbrief van 20 juni 2022.
 
  • Wijziging periode verhoogde kostenaftrek voor investering in laadpalen
 
De termijn voor de verhoogde kostenaftrek wordt aangepast voor investeringen in laadpalen. Ze doet dat om tegemoet te komen aan de moeilijkheden die bedrijven ondervinden bij het plaatsen van hun bestellingen van de laadpalen.
 
    • 200% voor de afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode van 1 september 2021 tot 31 maart 2023 (i.p.v. oorpronkelijk 31 december 2022);
    • 150% voor de afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode van 1 april 2023 tot 31 augustus 2024.
 
  • Combinatie mobiliteitsbudget en vergoedingen in het kader van woon-werkverkeer
 
Wanneer een werkgever buiten het mobiliteitsbudget om een vergoeding zou toekennen aan werknemers die te voet of bijvoorbeeld al steppend naar het werk komen, zal deze vergoeding - op basis van de huidige wetgeving - volledig onderworpen zijn aan sociale zekerheid en bedrijfsvoorheffing.  De gedeeltelijke fiscale vrijstelling van 430 EUR (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2022) vervalt dan.
 
Dit wijzigt. De fiscale vrijstelling van 430 EUR op jaarbasis geldt  voortaan ook voor de volgende vergoedingen voor woon-werkverplaatsingen, toegekend bovenop het mobiliteitsbudget:
 
    • de verplaatsingen die de werknemer te voet aflegt;
    • of de verplaatsingen die de werknemer doet met specifieke voortbewegingstoestellen zoals gedefinieerd in het reglement van de politie (monowheel, hooverboard, elektrische step, …)
 
Datum inwerkingtreding: 1 januari 2022.
 
Zie nieuwsbrief van 15 juni 2022.
 
  • Woonplaatsattest voor buitenlandse seizoenarbeiders land- en tuinbouw
 
De werkgever moet het woonplaatsattest dat buitenlandse seizoenarbeiders niet meer systematisch opsturen naar de fiscus. Hij moet dit enkel ter beschikking houden.
 
Wanneer een seizoenarbeider gespreid over het belastbare tijdperk meer dan één keer wordt tewerkgesteld bij dezelfde werkgever met onderscheiden contracten voor seizoenarbeid, moet hij telkens een woonplaatsverklaring overhandigen aan die werkgever.
 
Zie nieuwsbrief van 13 juni 2022.
Bron:
Wet van 5 juli 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, B.S. 15 juli 2022, p. 56392.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.