Feedback
ella
Voor alleenstaande werknemers stijgen de onderbrekingsuitkeringen onder bepaalde voorwaarden wanneer zij een ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatief verlof opnemen voor hun kind.
 
De uitkering stijgt met 14%. Dit zowel bij een voltijdse of halftijdse onderbreking, alsook bij een 1/5de vermindering.
 
Deze wijzigingen gelden sinds 1 mei 2019.
 
Wat betekent dit voor de publieke sector?
Deze wijziging geldt enkel voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die onder de cao-wet vallen. Dit zijn onder meer de openbare vervoersmaatschappijen, de openbare kredietinstellingen, huisvestingsmaatschappijen, VITO.
De meeste werkgevers uit de publieke sector vallen hier niet onder.
Bron:
Koninklijk besluit van 22 april 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 6 mei 2019, p. 43467.
De onderbrekingsuitkeringen stijgen enkel voor een alleenstaande werknemer die een thematisch verlof opneemt voor zijn/haar kind.
Het betreft dus uitkeringen bij ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof medische bijstand.
 
De onderbrekingsuitkeringen voor het opnemen van tijdskrediet wijzigen niet.
De uitkering stijgt met 14%. Dit zowel bij een voltijdse als halftijdse onderbreking, alsook bij een 1/5de vermindering.
Opdat de werknemer recht zou hebben op deze verhoogde onderbrekingsuitkeringen, moeten een aantal voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn.
 
Zo moet de werknemer:
  • uitsluitend samenwonen met één kind of meerdere kinderen ten laste;
  • ouder zijn in de eerste graad van het kind waarmee hij samenwoont of belast zijn met de dagelijkse opvoeding.
 
De voorwaarde dat de werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert, jonger moet zijn dan 50 jaar bij aanvang van de maand waarop de onderbrekingsuitkering betrekking heeft, werd geschrapt.
 
Bovendien moet het kind jonger zijn dan:
  • 12 jaar in geval van een ouderschapsverlof;
  • 18 jaar in geval een verlof voor medische bijstand of palliatief verlof.
 
De leeftijd van 12 of 18 jaar wordt op 21 jaar gebracht, wanneer het gaat om een kind met een handicap.
 
De wetgever breidde het begrip 'kind met een handicap' uit tot kinderen met een aandoening van ten minste 9 punten in alle drie de pijlers samen van de medische sociale schaal. Dit sinds 31 december 2018 (zie onze nieuwsbrief van 15 januari 2019).
 
De regering past nu ook het KB in die zin aan om conform te zijn met deze wet.
De wijzigingen zijn retroactief in werking getreden op 1 mei 2019.

Oeps,

Onze excuses, er is iets fout gelopen.

Probeert u het later eens opnieuw.

Was deze informatie nuttig voor u?

Ja Nee

Welke van de volgende beschrijft jouw feedback het best?






Jouw feedback

De versie van de browser die U gebruikt is niet optimaal voor deze website. De meeste functies zullen niet goed werken. De versie die u gebruikt wordt ook niet meer ondersteund door Microsoft en hierdoor loopt u security risico’s. Om de veiligheid en privacy van uw data te kunnen blijven garanderen, raden wij aan om zo snel mogelijk naar Internet Explorer 11 te upgraden of de laatste versie van een andere browser te gebruiken.