Om van deze ervaringsuitkering en doelgroepvermindering te kunnen genieten, moet de werkgever aan enkele voorwaarden voldoen.
- Enkel volgende werkgevers komen in aanmerking: een publieke instelling voor beroepsopleiding, een sectoraal opleidingsfonds (of een niet-commerciële partner) of een erkende onderwijsinstelling.
- De werkgever sluit een opleidingsovereenkomst met de bevoegde minister van Werk. Deze overeenkomst heeft als uiterlijke ingangsdatum 01/10/2011. De aanvraag verloopt via een vooropgesteld model met bijhorende bewijsdocumenten.
- De werkgever engageert zich in de overeenkomst om het volume van de aangeboden opleidingen of het volume van de gerealiseerde begeleidingsuren te verhogen (de verhoging wordt in de loop van de overeenkomst via strikte rapportering gecontroleerd).
- De werkgever neemt een opleider of begeleider in dienst vóór 01/01/2012 tijdens de geldigheidsduur van diens verminderingskaart. De aanwerving mag geen vervanging zijn van contractueel of statutair personeel.
- De werkgever is een 'nieuwe werkgever'. Dit betekent: een andere werkgever dan de betrokken onderneming in herstructurering waar de werknemer ontslagen werd.
De ervaringsuitkering is een geactiveerde werkloosheidsuitkering die de werkgever in mindering mag brengen van het nettoloon van zijn werknemer. De uitkering bedraagt maximum 1.100 euro per kalendermaand, en loopt vanaf de maand van indiensttreding tot en met de 23 daaropvolgende maanden. Het bedrag wordt geproratiseerd in functie van het bezoldigde aantal gewerkte uren per maand van de betrokken werknemer. De uitkering wordt slechts toegekend tijdens de periode waarin de werkgever en de minister van Werk een opleidingsovereenkomst hebben afgesloten. De werkgever dient elke maand een vergoedingsbewijs af te leveren aan zijn werknemer.
Ook de werkzoekende moet aan enkele voorwaarden voldoen om van de ervaringsuitkering te kunnen genieten:
- Hij/zij moet ofwel minstens 45 jaar zijn, ofwel vijf jaar beroepsverleden in de sector kunnen bewijzen gedurende de tien jaar die aan de indienstneming voorafgaan.
- Hij/zij moet in het bezit zijn van een geldige verminderingskaart ‘herstructurering’ die gelijkgesteld wordt met een werkkaart.
- Zijn/haar hoofdactiviteit is de opleiding of begeleiding van werkzoekenden.
Deze doelgroepvermindering bedraagt maximum 1.000 euro per kwartaal. Ze kan toegekend worden aan de werkgever die een opleider of arbeidsbemiddelaar aanwerft, en is geldig tijdens het kwartaal van indiensttreding en de daaropvolgende zeven kwartalen. Als voorwaarde geldt wel dat werkgever en werknemer voldoen aan de hierboven opgesomde voorwaarden én de werknemer recht heeft op een ervaringsuitkering.
Als kwartaal van indiensttreding beschouwt men het kwartaal waarin de werknemer, tijdens de geldigheidsduur van de verminderingskaart, voor het eerst bij de betrokken werkgever wordt tewerkgesteld.
Wanneer de opleidingsovereenkomst met de minister van Werk eindigt omdat de werkgever zijn engagementen niet kan nakomen, dan worden de bijdrageverminderingen geannuleerd voor de vijf kwartalen die het einde van de overeenkomst voorafgaan. De RSZ zal hierover door de RVA worden geïnformeerd.
De ervaringsuitkering (net als de werkuitkering, integratie-uitkering, herinschakelingsuitkering) maakt integraal deel uit van de bezoldiging van de werknemer. De werknemer kan in eenzelfde periode slechts gerechtigd zijn op één van die uitkeringen.
Het besluit treedt in werking op 1 januari 2010 en buiten werking op 1 januari 2014.