Wie kan stagiair/doelgroepwerknemer zijn?
- Leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of uit het deeltijds onderwijs.
- Jonge werkzoekenden onder 26 jaar die een beroepsopleiding volgen.
- Cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs.
- Cursisten jonger dan 26 jaar die een door de Gemeenschap erkende opleiding volgen (in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten met onderwijs- of vormingsinstellingen, de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding).
Wie komt in aanmerking als mentor?
- Werknemers die tijdens hun tewerkstelling instaan voor de begeleiding van maximum vijf personen uit de doelgroep, en dit gedurende minimum 400 uur per jaar
- én ten minste vijf jaar beroepservaring hebben in het beroep dat in het kader van de stage of opleiding wordt aangeleerd
- én met succes een mentoropleiding gevolgd hebben (moet aangetoond worden met een getuigschrift van de onderwijs- of opleidingverstrekker ingericht of erkend door de bevoegde Gemeenschap), òf een getuigschrift ter validatie van zijn/haar mentorcompetenties kunnen voorleggen (uitgereikt door de bevoegde Gemeenschap of een door de bevoegde Gemeenschap daartoe erkende instantie).
Welke werkgevers komen in aanmerking?
Alle werkgevers onderworpen aan de RSZ-wet van 27/6/1969 die stages of opleidingen organiseren ten behoeve van doelgroepwerknemers (welbepaalde leerlingen, leerkrachten, jonge werkzoekenden en jonge cursisten). De werkgever moet zijn verbintenis hiertoe expliciet vastleggen in een overeenkomst die aan bepaalde vereisten moet voldoen.
Kenmerken overeenkomst werkgever
- In geval van opleiding van leerkrachten of jongeren (niet-jonge werkzoekenden) wordt de overeenkomst gesloten tussen de werkgever en één of meerdere onderwijs- of opleidingsinstellingen of -operatoren op wiens initiatief of onder wiens toezicht de stages of opleidingen georganiseerd worden.
- In geval van opleiding van jonge werkzoekenden wordt de overeenkomst gesloten tussen de werkgever en de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding of een instelling voor volwassenenonderwijs.
- De begin- en einddatum van de verbintenis moeten vermeld worden, en de verbintenis mag maximum 12 maanden duren (bij overschrijding van de maximumduur wordt uitgegaan van een overeenkomst van 12 maanden). De begindatum moet samenvallen met de eerste dag van een kwartaal. De einddatum moet samenvallen met het einde van een kwartaal.
- De overeenkomst moet duidelijk de concrete verbintenis van de werkgever bevatten: het aantal uren dat de werkgever aanbiedt aan een bepaald aantal jongeren of leerkrachten om stages te lopen of een opleiding te volgen tijdens de looptijd van de overeenkomst.
- De overeenkomst kan verdere afspraken bevatten in verband met de organisatie van de stages en opleidingen, de pedagogische omkadering en de spreiding in de tijd van de stages en opleidingen.
- De overeenkomst moet gedateerd en ondertekend worden door de verschillende partijen. Als de werkgever al eerder een doelgroepvermindering voor mentors genoot, moet de overeenkomst ook een ondertekende en gedateerde verklaring bevatten van de onderwijsinstelling die erbij betrokken was. In de verklaring bevestigt de onderwijsinstelling dat de werkgever zijn verbintenissen effectief is nagekomen. Als deze verklaring ontbreekt, of de werkgever zijn verbintenis in het verleden niet of niet volledig is nagekomen, kan geen nieuwe vermindering toegekend worden.
Bedrag van de vermindering
De bijdragevermindering bestaat uit een forfaitair bedrag dat wordt toegekend onder specifieke voorwaarden. Het forfait bedraagt 400 euro per kwartaal en per mentor, en wordt slechts toegekend in de kwartalen die vallen binnen de geldigheidsduur van de overeenkomst van de werkgever.
Het aantal mentors waarvoor de doelgroepvermindering kan worden toegepast, is beperkt tot 1/5e van het aantal jongeren of leerkrachten die volgens de overeenkomst een stage kunnen volgen. De vermindering is eveneens beperkt tot het aantal uren, gedeeld door 400, die in de overeenkomst worden vermeld. Als de overeenkomst korter loopt dan een jaar, moet het aantal uren gedeeld worden door 100 en vermenigvuldigd worden met het aantal kwartalen binnen de overeenkomst.
Formaliteiten en gevolgen voor de werkgever
De werkgever komt alleen in aanmerking voor de bijdragevermindering als hij volgende bewijsstukken bezorgt aan de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD WASO:
- kopie van de overeenkomst
- lijst van de mentors die hij tewerkstelt
- voor elke mentor: het bewijs van minimale praktijkervaring (een attest van de huidige of vroegere werkgever(s) en/of de inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen in het geval van zelfstandige activiteiten in het beroep waarvoor ervaring moet aangetoond worden) + getuigschrift mentoropleiding of validatietest.
Na controle zal de RSZ of RSZ-PPO op de hoogte worden gebracht dat van dit recht gebruik kan worden gemaakt. Op elektronische wijze zullen volgende gegevens aan de RSZ en RSZ-PPO overgemaakt worden:
- ondernemingsnummer werkgever, inschrijvingsnummer werkgever bij RSZ of RSZ-PPO
- begin- en einddatum overeenkomst
- aantal jongeren en leerkrachten die een stage of opleiding mogen volgen bij de werkgever
- aantal uren opleiding of stage die de werkgever aanbiedt
- naam en INSZ-nummer van de mentors die tewerkgesteld zijn bij de werkgever
Werkgevers die menen in aanmerking te komen voor deze specifieke bijdragevermindering zullen hun dossier administratief moeten voorbereiden en indienen bij de FOD WASO.
Dit betekent samengevat:
- een overeenkomst afsluiten met een onderwijsinstelling of de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling
- één of meerdere mentors aanduiden die de nodige kwalificaties bezitten en een getuigschrift van mentoropleiding kunnen voorleggen.
Meer concrete praktische gegevens inzake mentoropleiding, getuigschriften, enz… zijn op dit ogenblik nog niet beschikbaar.
Inwerkingtreding
De doelgroepvermindering voor mentors is in werking getreden vanaf 1 januari 2010.