Uitkeringen bij tijdskrediet: strengere voorwaarden

(04/03/2010) tags beroepsloopbaanonderbreking loopbaanonderbreking ouderschapsverlof tijdskrediet
Om recht te hebben op onderbrekingsuitkeringen bij voltijds of halftijds tijdskrediet moeten werknemers voortaan twee jaar anciënniteit hebben bij hun firma. Voor oudere werknemers, die recht hebben op verhoogde uitkeringen bij loopbaanvermindering, wordt de leeftijdsvoorwaarde opgetrokken van 50 naar 51 jaar.

Uitkeringen bij tijdskrediet: optrekken van de anciënniteitsvoorwaarde

Werknemers die hun recht op tijdskrediet opnemen, ontvangen een onderbrekingsuitkering van de RVA voor de periode waarin zij geen prestaties leveren of hun prestaties verminderen.

De betrokken werknemers moeten wel aan enkele voorwaarden voldoen om recht te hebben op deze onderbrekingsuitkering. Zo moest een werknemer tot op heden minstens een jaar anciënniteit hebben bij de betrokken firma alvorens hij tijdens een periode van tijdskrediet onderbrekingsuitkeringen kon ontvangen.
 
Deze anciënniteitsvoorwaarde wordt nu opgetrokken: vanaf 1 maart 2010 moet een werknemer twee jaar in dienst zijn bij zijn werkgever als hij van een onderbrekingsuitkering wil genieten. De termijn van twee jaar moet vervuld zijn op het moment dat hij een schriftelijke aanvraag indient voor tijdskrediet.
 
Deze anciënniteitsvoorwaarde van twee jaar geldt niet voor werknemers die voltijds of halftijds tijdskrediet nemen nadat zij hun recht op ouderschapsverlof hebben uitgeput voor al hun rechthebbende kinderen. Weliswaar moet dit tijdskrediet dan onmiddellijk aansluiten op hun ouderschapsverlof. Voor deze werknemers is er maar een ondernemingsanciënniteit van 1 jaar vereist.
 
Opgelet: de voorwaarden voor onderbrekingsuitkeringen zijn niet gelijk aan de voorwaarden voor opname van tijdskrediet!
 
Men moet het onderscheid maken tussen het recht op tijdskrediet en het recht op onderbrekingsuitkeringen.
Iedere werknemer heeft recht op tijdskrediet in de strikte zin (voltijds of halftijds) als hij tijdens de laatste 15 maanden voor zijn schriftelijke aanvraag (kennisgeving) gedurende 12 maanden verbonden is aan de firma via een arbeidsovereenkomst.
 
De anciënniteitsvoorwaarde om tijdskrediet te kunnen opnemen, beperkt zich dus tot 1 jaar. De voorwaarde om tijdskrediet op te nemen moet dus losgekoppeld worden van de voorwaarde om van onderbrekingsuitkeringen te kunnen genieten. Daar ligt de termijn immers voortaan op 2 jaar anciënniteit bij de firma.
 
Voorbeeld: Hans werkt 16 maanden bij de firma Kontrizone. Hij vraagt halftijds tijdskrediet aan. Hij heeft daar recht op aangezien hij reeds meer dan 12 maanden bij de firma werkt. Hans heeft tijdens zijn tijdskrediet echter geen recht op onderbrekingsuitkeringen van de RVA, aangezien hij nog geen twee jaar anciënniteit heeft bij Kontrizone.

Verhoogde uitkeringen deeltijds tijdskrediet pas vanaf 51 jaar

Oudere werknemers hebben een bijzonder recht op loopbaanvermindering. Aan dit bijzonder recht op loopbaanvermindering zijn hogere uitkeringen gekoppeld.
 
Tot op heden gold dit bijzonder recht vanaf de leeftijd van 50 jaar. Daar komt echter verandering in. De leeftijdsvoorwaarde wordt vanaf 1 maart 2010 opgetrokken naar 51 jaar.
 
Werknemers tussen 50 en 51 jaar met een bijzonder recht op loopbaanvermindering ontvangen de gewone onderbrekingsuitkeringen. Ook voor de maand waarin zij 51 jaar worden, hebben zij slechts recht op de gewone onderbrekingsuitkeringen.

Inwerkingtreding

Deze maatregelen zullen van toepassing zijn op de kennisgevingen aan de werkgever vanaf 1 maart 2010.
Zij gelden enkel voor de eerste aanvragen in het kader van het tijdskrediet, dus niet in het kader van een verlenging.

Bron: Koninklijk Besluit van 21 februari 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking