Raming belastbaar voordeel bij gebruik bedrijfswagen tot aan opstapplaats openbaar vervoer

(05/05/2009) tags fietsvergoeding openbaar vervoer sociaal abonnement
Voor werknemers die hun bedrijfswagen gebruiken om enkel het woon-werktraject af te leggen tot aan de opstapplaats van het openbaar vervoer, geldt een belastbaar voordeel van 5.000 km. Voorwaarde is wel dat deze opstapplaats zich op minder dan 25 km van hun woonplaats bevindt. Voor de raming van het belastbaar voordeel doet de plaats van tewerkstelling in dit geval dus niet ter zake.

Geen cumulverbod bedrijfswagen – sociaal abonnement

Voor werknemers die het hele jaar het openbaar vervoer gebruiken voor de verplaatsing naar en van het werk, geldt een belastbaar voordeel dat wordt bepaald op 5.000 km. Fiscaal bestaat er geen cumulverbod tussen een werkgeverstussenkomst voor het woon-werkverkeer met een bedrijfswagen en een tussenkomst voor verplaatsingen met het openbaar vervoer. Met andere woorden: werknemers mogen een firmawagen hebben en toch een sociaal abonnement terugbetaald krijgen om met het openbaar vervoer van en naar het werk te gaan.

Voordeel alle aard niet bepaald door afstand tot werkplaats

Indien de werknemer met zijn bedrijfswagen tot aan de opstapplaats van het openbaar vervoer rijdt en daarna het openbaar vervoer gebruikt voor de rest van het woon-werktraject, wordt het belastbaar voordeel bepaald op:
  • 5.000 km indien de afstand tot aan de opstapplaats kleiner of gelijk is aan 25 km
  • 7.500 km indien de afstand tot aan de opstapplaats langer is dan 25 km
De afstand van de woonplaats tot aan de plaats van tewerkstelling doet hier dus niet ter zake voor de bepaling van het belastbaar voordeel van de werknemer.

Sociaal abonnement: terugbetaling vs. derdebetaler

Bij de betaling van een sociaal abonnement voor het openbaar vervoer zijn er twee mogelijkheden:
  1. De werknemer koopt een abonnement voor het openbaar vervoer en de werkgever betaalt deze kostprijs terug.
  2. De werkgever betaalt het sociaal abonnement van zijn werknemer rechtstreeks aan de diensten van het openbaar vervoer.
Bijvoorbeeld: een werknemer neemt de trein van Beveren naar Antwerpen. Zijn werkgever betaalt de kosten voor het treinabonnement rechtstreeks aan de NMBS. Dit systeem wordt het “derdebetalerssysteem” genoemd. De vergoeding die door de werkgever wordt betaald, heeft enkel betrekking op de kosten voor het openbaar vervoer. Enkel in het geval van terugbetaling van het abonnement voor het openbaar vervoer, zal deze vergoeding worden verhoogd met een forfait van 250 euro (350 euro voor de inkomsten uit het jaar 2009) ndien de werknemer geen werkelijke beroepskosten bewijst.

Bron: Vraag nr. 214 van de heer Raf Terwingen van 19 januari 2009, Bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 52, p. 116.