Vlaamse ondernemersopleiding: stageovereenkomst en -vergoeding grondig gewijzigd

(08/07/2010)
Via de Vlaamse ondernemersopleiding worden leerling-cursisten voorbereid op een zelfstandige of leidinggevende functie binnen een kmo-onderneming. Het praktische deel van deze opleiding bestaat uit een stageovereenkomst. Deze ondergaat vanaf 1 juli 2010 enkele wijzigingen.
 

De Vlaamse ondernemersopleiding

Via de Vlaamse ondernemersopleiding worden leerling-cursisten voorbereid op het uitoefenen van een zelfstandige beroepsactiviteit of een leidinggevende functie binnen een kmo-onderneming.
 
Deze alternerende opleiding bestaat uit twee delen:
- een theoretische opleiding in een Syntra-campus
- een praktijkervaring: dit verloopt via een praktijkstage of aanvullende praktijkopleiding
 
Tijdens deze praktijkstage moet de cursist praktijkervaring opdoen in een kmo die actief is in de beroepssector waarvoor er een opleiding wordt gevolgd.
Deze praktijkstage bestaat uit een stageovereenkomst of een andere stagevorm die door de raad van bestuur van Syntra wordt bepaald.

De stageovereenkomst

De stageovereenkomst is dus een overeenkomst van bepaalde duur tussen een ondernemingshoofd en een leerling. In deze overeenkomst wordt bepaald dat het ondernemingshoofd er zich toe verbindt om de leerling een beroepstechnische opleiding te geven. De leerling van zijn kant engageert zich om de noodzakelijke beroepstechnieken aan te leren en de nodige cursussen te volgen.
De stageovereenkomst wordt gesloten door middel van een leertrajectbegeleider.

Een aantal wijzigingen aan de stageovereenkomst

Vanaf 1 juli 2010 ondergaat deze stageovereenkomst een aantal wijzigingen. Deze worden in dit artikel verder besproken.
Arbeidsduur
Een deeltijdse stageovereenkomst moet voortaan 2/5e, 3/5e of 4/5e van een voltijdse stageovereenkomst bevatten (voorheen was dit respectievelijk een kwart, de helft of driekwart van een voltijdse stageovereenkomst).
Proefperiode
De stageovereenkomst moet een proefperiode bevatten. Deze periode moet minstens één maand bedragen en mag maximum drie maanden duren.
 
Als de stageovereenkomst tijdens de proefperiode wordt geschorst, wordt de proefperiode verlengd voor de duur van de schorsing.
 
Als de stageovereenkomst tijdens de proefperiode wordt beëindigd, moet voortaan een opzeggingstermijn van zeven kalenderdagen in acht worden genomen (vroeger waren dit er tien). De opzeggingstermijn gaat in op de dag na de schriftelijke opzeggingsdatum. Het ondernemingshoofd moet dit binnen zeven kalenderdagen schriftelijk aan de leertrajectbegeleider meedelen (vroeger waren dit er eveneens tien). Een schorsing van de stageovereenkomst vóór of tijdens de opzeggingstermijn schorst de opzeggingstermijn niet.
Geen geneeskundig onderzoek
Het ondernemingshoofd is niet langer verplicht om de cursist-stagiair te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, overeenkomstig de bepalingen van het ARAB.
De stagevergoeding
De bedragen van de stagevergoeding worden gewijzigd. Daarnaast is het al dan niet hebben van voldoende vooropleiding niet langer relevant voor het bepalen van de stagevergoeding.
 
De stagevergoeding bedraagt voortaan minimum:
• 600 euro tijdens het eerste stagejaar
• 780 euro tijdens het tweede stagejaar
• 900 euro vanaf het derde stagejaar
 
Bij een deeltijdse stageovereenkomst bedraagt de stagevergoeding minimaal 2/5e, 3/5e of 4/5e van deze voltijdse vergoeding.
 
Opgelet: de stagevergoedingen van de stageovereenkomsten die vóór 5 juli 2010 zijn erkend, blijven ongewijzigd.
Einde van de stageovereenkomst
De stageovereenkomst eindigt niet langer wanneer bij één van de partijen een dringende reden tot beëindiging voorhanden is.
Een beëindiging van de stageovereenkomst omwille van een wettige reden is wel nog mogelijk.
 
Er is sprake van een wettige reden als één van beide partijen ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen in het kader van de uitvoering van de stageovereenkomst.
Andere mogelijke wettige redenen zijn de volgende:
• de cursist-stagiair wil op basis van ernstige motieven overschakelen naar een andere erkende opleiding in een zelfstandig beroep
• er is sprake van omstandigheden die het goede verloop van de praktijkopleiding ernstig belemmeren
 
In zulke gevallen moeten beide partijen de leertrajectbegeleider schriftelijk op de hoogte brengen. De begeleider zal dan pogingen ondernemen om de partijen te verzoenen. Hij beschikt hiervoor over maximaal drie weken (voorheen twee). Tijdens die periode moet de stageovereenkomst verder uitgevoerd worden.
 
Als het ondernemingshoofd de stageovereenkomst op een onwettige wijze beëindigt, is hij verplicht om een vergoeding te betalen. Deze vergoeding stemt overeen met een stagevergoeding van een maand (voorheen was dit de stagevergoeding van de lopende maand).

Gevolgen voor de werkgever

Hoewel de vermelde wijzigingen vanaf 1 juli 2010 in werking treden, wordt er een overgangsperiode voorzien. De stageovereenkomsten en stagevergoedingen die vòòr 5 juli 2010 zijn erkend, blijven ongewijzigd. Ondernemingen die vanaf 5 juli 2010 een stageovereenkomst afsluiten, moeten wél rekening houden met de nieuwe wijzigingen.
 
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 tot bepaling van de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in gecertificeerde opleidingen, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 1999 betreffende de ondernemersopleiding en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.