Elke arbeider uit de privésector die zonder dringende reden wordt ontslagen in de periode van 1 januari 2010 tot 30 september 2010 kan aanspraak maken op een crisispremie.
Een arbeider heeft geen recht op de crisispremie als zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd:
- tijdens de proefperiode
- met het oog op pensionering
- met het oog op brugpensioen
- in het kader van een herstructurering en de arbeider, met minstens één jaar dienstanciënniteit, zich kan inschrijven in een tewerkstellingscel én aanspraak maakt op een inschakelingsvergoeding
De premie bedraagt 1.666 euro in het geval van een ontslag na een voltijdse tewerkstelling. Bij arbeiders die deeltijds werken, wordt deze premie geproratiseerd in verhouding tot de contractuele arbeidsprestaties. Deze vergoeding wordt fiscaal niet belast en is vrijgesteld van sociale bijdragen.
De crisispremie is ofwel volledig ten laste van de RVA ofwel gedeeltelijk ten laste van de RVA en de werkgever. Vroeger kon de premie in sommige gevallen volledig ten laste zijn van de werkgever, maar dit is door recente wijzigingen niet meer mogelijk.
De crisispremie valt ook volledig ten laste van de RVA als de kennisgeving van het ontslag in het eerste, tweede of derde kwartaal 2010 valt, én de onderneming ten aanzien van de betrokken arbeider één van de bestaande crisismaatregelen toepaste in de periode van 1 oktober 2009 tot de dag vóór de kennisgeving van het ontslag.
De RVA betaalt eveneens de volledige crisispremie aan arbeiders die zijn ontslagen door een onderneming van minder dan tien werknemers die in economische moeilijkheden verkeert en een vrijstelling van betaling van de crisispremie heeft bekomen van de Commissie Ondernemingsplannen.
In alle andere situaties betaalt de werkgever 1/3e van de crisispremie (555 euro) en neemt de RVA 2/3e ervan voor haar rekening (1.111 euro).
Vroeger kon de crisispremie in sommige gevallen ook volledig ten laste van de werkgever vallen.
Dit was het geval indien het ontslag van de arbeider niet via aangetekende brief of deurwaardersexploot werd bekend gemaakt.
Deze voorwaarde is nu afgeschaft. Dit betekent dat de crisispremie nooit meer volledig ten laste van de werkgever valt.
Dit betekent eveneens dat verbrekingen niet langer moeten worden bekend gemaakt via een aangetekende brief per post, die uitwerking heeft op de derde werkdag na de datum van verzending, of bij gerechtsdeurwaardersexploot. Een “gewone” verbreking met onmiddellijke uitwerking is terug mogelijk en wordt niet langer gesanctioneerd.
Aangezien bovenstaande wijzigingen pas recent zijn goedgekeurd, maar retroactief uitwerking hebben vanaf 1 januari 2010, zullen sommige werkgevers in een aantal gevallen de volledige crisispremie of een deel ervan betaald hebben, terwijl die premie door de nieuwe regeling eigenlijk ten laste valt van de RVA.
Dat zal onder andere het geval zijn:
- als de werkgever de verbreking niet bij aangetekend schrijven (met uitwerking de derde werkdag na verzending) of bij deurwaardersexploot ter kennis heeft gebracht.
- bij het ontslag van een arbeider die op het moment van de kennisgeving minder dan zes maanden anciënniteit had.
- bij het ontslag van arbeiders die in het eerste kwartaal 2010 niet genoten van één van de bestaande crisismaatregelen, hoewel dit in het laatste kwartaal 2009 wel het geval was.
In zulke gevallen zal de RVA de crisispremie (of een deel ervan) aan de werkgever terugbetalen, aangezien deze nu volledig ten laste van de RVA valt.
De voorwaarden en praktische modaliteiten van deze terugbetaling zijn nu bekend gemaakt.
De werkgever kan van de RVA de terugbetaling bekomen indien:
- De betaling van de crisispremie werd verricht in de periode van 1 januari 2010 tot 30 juni 2010.
- De RVA de schriftelijke vraag tot terugbetaling uiterlijk op 30 september 2010 ontvangt*
Het formulier waarmee de werkgever een aanvraag tot terugbetaling kan indienen, zal eerstdaags op de website van de RVA beschikbaar zijn. Deze aanvraag moet vergezeld worden van een betalingsbewijs.
De nieuwe regeling bepaalt eveneens dat een arbeider niet opnieuw aanspraak maakt op de crisispremie als volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:
- De arbeider heeft op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag minder dan zes maanden anciënniteit.
- De arbeider heeft reeds eerder een crisispremie ontvangen als gevolg een ontslag én hij had op het tijdstip van de kennisgeving van dat ontslag minder dan zes maanden anciënniteit.
* Het KB bepaalt dat de vraag tot de terugbetaling uiterlijk op 30 juni 2010 door de RVA moet worden ontvangen. De RVA verlengt deze termijn echter tot 30 september 2010.