De Vlaamse regering heeft enkele wijzigingen doorgevoerd aan het stelsel van de Vlaamse overbruggingspremie. Naast onder andere een uitbreiding van het retentiejaar verhoogt de maximale toekenningsduur tot 18 maanden.
De Vlaamse aanmoedigingspremie
Sinds 2002 kent de Vlaamse overheid aanmoedigingspremies toe aan werknemers die hun arbeidsduur verminderen en dus minder gaan werken als gevolg van moeilijkheden of een herstructurering binnen hun bedrijf. Deze premie dekt gedeeltelijk het loonverlies dat deze werknemers hierdoor lijden.
Deze maatregel is van toepassing op werknemers uit de privé-sector (uitgezonderd de social profitsector) die werkzaam zijn in het Vlaamse Gewest.
Verhoging van de aanmoedigingspremie: de Vlaamse overbruggingspremie
In maart 2009 keurde de Vlaamse regering het stelsel van de ‘Vlaamse overbruggingspremie’ goed. Concreet betekende dit dat de bestaande Vlaamse aanmoedigingspremie werd verhoogd. Met deze stijging wou de overheid een antwoord bieden op de economische crisis en de problemen die ondernemingen hierdoor ondervonden. De bestaande aanmoedigingspremie was immers te bescheiden om de keuze voor arbeidsduurvermindering echt aan te moedigen.
Duur van de Vlaamse overbruggingspremie
Deze verhoogde premie heeft een tijdelijk karakter. De aanvraag moet uiterlijk op 30 juni 2010 worden ingediend en de werknemer ontvangt de premie tot uiterlijk 31 december 2010.
De duurtijd van de verhoogde premie is afhankelijk van de duurtijd van het plan dat de onderneming heeft opgesteld (zie ‘toekenningsvoorwaarden’). De verhoogde premie kan voor maximum zes maanden worden toegekend. Deze periode is wel twee keer verlengbaar met nog eens zes maanden, wat maakt dat de totale toekenningsduur maximum 18 maanden bedraagt.
Bedrag van de Vlaamse overbruggingspremie
De Vlaamse overbruggingspremie bedraagt:
|
Toestand vóór de arbeidsduur-vermindering |
Toestand tijdens de arbeidsduur-vermindering |
Bruto premie |
Netto premie |
|
minimum 75% van een voltijdse betrekking |
halftijds werken |
492,85 euro |
345 euro |
|
minimum 70% van een voltijdse betrekking |
vermindering van minstens 20% |
207,14 euro |
145 euro |
|
minimum 60% van een voltijdse betrekking |
vermindering van minimum 10% en minder dan 20% |
135,71 euro |
95 euro |
Een alleenstaande werknemer ontvangt een bijkomende premie van 43,35 euro bruto (30,35 euro netto) bij een arbeidsduurvermindering van minstens 20%. De werknemer moet dan wel een attest van gezinssamenstelling bij het aanvraagformulier voegen.
De werknemer die zijn arbeidsduur met minstens 10% reduceert en de verminderde arbeidstijd gebruikt om een opleiding te volgen, ontvangt een aanvullende premie van 58,59 euro bruto (41,01 euro netto).
De opleiding moet wel aan één van de volgende criteria beantwoorden:
- Een opleiding bij de VDAB.
- Een opleiding die wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de sectorale opleidingsfondsen.
- Een opleiding die door de Vlaamse overheid wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend, of een opleiding die daarmee gelijkgesteld is. Die opleiding moet minimum 120 uren op jaarbasis bedragen.
De toekenning van deze premies mag er echter niet toe leiden dat het brutoloon van die werknemer hoger komt te liggen dan het brutoloon dat vóór de invoering van de arbeidsduurvermindering werd uitbetaald.
Wanneer de werkgever zelf aan zijn werknemer ook een compensatie geeft voor het loonverlies en deze compensatie 50% of meer bedraagt van het percentage arbeidsduurvermindering, zal de betrokken werknemer de overbruggingspremie niet ontvangen. Hij kan in zulk geval enkel nog een overbruggingspremie ontvangen indien zijn onderneming, naast de Vlaamse overbruggingspremie, ook in het federale stelsel van crisisarbeidsduurvermindering is gestapt.
Toekenningsvoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de verhoogde overbruggingspremie moeten werknemers aan volgende voorwaarden voldoen:
- Tewerkgesteld zijn in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering, met uitbatingszetel in het Vlaamse Gewest.
- Hun arbeidsduur met ten minste 10% van de voltijdse arbeidsregeling verminderen.
- Na de arbeidsduurvermindering nog minstens 50% werken.
Het bewijs van een onderneming “in moeilijkheden” of “in herstructurering” moet blijken uit een van volgende documenten:
- een federale erkenning als onderneming in moeilijkheden
- een federale erkenning als onderneming in herstructurering
- een plan met de opgave van de “substantiële daling van de economische activiteiten” van de onderneming.
Een “substantiële daling van de economische activiteiten” is een daling met minimum 20% van de omzet of de productie in één van de vier kwartalen die de periode van arbeidsduurvermindering voorafgaan. De cijfers uit die vier kwartalen worden dan vergeleken met de cijfers uit dezelfde kwartalen van het voorgaande jaar of van twee jaar voordien. Indien men van een vroegere periode vertrekt dan het laatste kwartaal voor de aanvraag, moet de dalende trend in de daaropvolgende kwartalen bevestigd worden.
Het bewijs van een daling van de omzet- of productiecijfers wordt geleverd door de BTW-aangifte die als bijlage aan het plan moet worden gevoegd.
In elk van de drie bovenstaande gevallen moet de werkgever, in overleg met de werknemersvertegenwoordigers, een plan opmaken dat minstens aan de volgende voorwaarden voldoet:
1) Een opgave van de arbeidsherverdelingsmaatregelen
Deze opgave bevat volgende items:
- De realisatie van de arbeidsduurvermindering: de aangepaste individuele arbeidsovereenkomsten of de CAO over collectieve arbeidsduurvermindering, de opname van de contractuele arbeidsduur voor en na de arbeidsduurvermindering (bv. bij 80%: 38u en 30,4u) en opname van het nieuwe arbeidsrooster.
- Een lijst van werknemers die de overbruggingspremie zullen aanvragen
- De arbeidsduurvermindering (in percentages) per werknemer
- Indien de werkgever zelf ook een compensatie voorziet voor het loonverlies: een verklaring dat deze compensatie niet meer dan 50% van de arbeidsduurvermindering bedraagt. Als de werkgever geen compensatie voorziet, moet dit eveneens expliciet in het plan worden vermeld.
2) Een opgave van het aantal arbeidsplaatsen die voorwerp vormen van de maatregel (en dus het aantal vermeden ontslagen).
3) Een opgave van de periode van de arbeidsduurvermindering
4) Een opgave van de opleidingsinspanningen die tijdens de duurtijd van de arbeidsherverdelende maatregelen worden opgemaakt, en een opgave van de wijze waarop de arbeidsduurvermindering zal georganiseerd worden in functie van de combinatie werk en opleiding.
5) Een verklaring of de onderneming gebruikmaakt van de federale crisismaatregelen.
6) Eventueel een bepaling waarin de werknemers de onderneming mandateren om wijzigingen door te geven aan de Dienst Aanmoedigingspremies.
7) Een ondertekening van het plan door werkgever en werknemersvertegenwoordigers. Bij gebrek aan werknemersvertegenwoordigers moet het plan worden opgenomen in het arbeidsreglement.
Cumulverbod
Deze aanmoedigingspremie voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering mag niet worden gecumuleerd met:
- een tweede deeltijdse of voltijdse tewerkstelling als werknemer
- een zelfstandige activiteit, tenzij de zelfstandige activiteit reeds minstens 1 jaar voor de aanvang van de arbeidsduurvermindering in bijberoep werd uitgeoefend
- een onderbrekingsuitkering in het kader van het federale tijdskrediet
- een werkloosheidsuitkering
- een andere Vlaamse aanmoedigingspremie
Aanvraag van de Vlaamse overbruggingspremie
De werknemer kan de premie aanvragen bij de Dienst Aanmoedigingspremies van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.
De aanvragen worden gebundeld opgestuurd, met toevoeging van een exemplaar van het plan van de werkgever. Op elk aanvraagformulier wordt verwezen naar het plan.
De werkgever bezorgt de brutolonen van de werkgever elektronisch aan de Dienst Aanmoedigingspremies.
Bedrijven die een tweede verlenging willen laten ingaan, kunnen al een dossier indienen bij de Dienst Aanmoedigingspremies van het Vlaamse Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.
Deze dossiers moeten dezelfde elementen bevatten als diegene die hierboven zijn uiteengezet.
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 houdende de hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privésector, bl. 37828.