Een werknemer deelt aan zijn werkgever mee dat hij zijn vakantie reeds geboekt heeft, zonder dat hij hierover voorafgaand heeft overlegd met zijn oversten. Mogelijk leidt zijn afwezigheid tijdens die geplande periode ook tot problemen binnen de werkorganisatie.
Kan die werknemer dan zomaar op vakantie vertrekken?
Een belangrijk principe stelt dat vakantie altijd in onderling akkoord tussen werkgever en werknemer moet worden vastgelegd.
Bijgevolg kan een werknemer nooit éénzijdig bepalen wanneer hij zijn vakantie opneemt.
Daarnaast voorziet de vakantiereglementering dat ook op sectoraal niveau, of op het niveau van de onderneming, afspraken kunnen worden gemaakt omtrent de vakantieplanning.
Indien de sector hierover niets regelt, kan de ondernemingsraad regels vastleggen omtrent de opname van de vakantie. Wanneer er geen ondernemingsraad is of wanneer deze hierover geen beslissing heeft genomen, zullen deze afspraken met de syndicale afvaardiging gebeuren. Bij afwezigheid van een syndicale afvaardiging kunnen deze afspraken met alle werknemers samen vastgelegd worden.
Als er op geen enkele van al deze niveaus afspraken zijn gemaakt, is het de bedoeling dat de werkgever en zijn werknemer onderling tot een akkoord komen.
Bij dit onderling overleg moet de werkgever wel rekening houden met de wettelijk bepaalde “voorkeurregels”:
- Aan gezinshoofden wordt de vakantie bij voorkeur tijdens de schoolvakantie toegekend.
- Een werknemer moet de mogelijkheid krijgen om binnen de periode van 1 mei tot 31 oktober twee weken ononderbroken vakantie te nemen. Voor werknemers jonger dan 18 jaar bedraagt die periode zelfs drie weken. Een ononderbroken periode van één week vakantie moet ook altijd worden gewaarborgd.
- Buiten die vakantieperiode van de eerste twee of drie weken moeten de toekenningsmodaliteiten van die aard zijn dat de globale tijd die aan de produktie wordt besteed maximaal wordt gevrijwaard. Indien mogelijk moeten deze vakantiedagen dan opgenomen worden tijdens de periodes van afnemende activiteit of naar aanleiding van gewestelijke, plaatselijke of andere feestdagen.
- Tenslotte mag de vakantie niet bij halve dagen worden genomen, behalve voor drie dagen van de vierde vakantieweek.
Voorkeurregels omtrent de vakantieplanning kunnen ook in het arbeidsreglement van een onderneming worden opgenomen. Uiteraard moeten die specifieke regels dan wel rekening houden met de algemene regels die hierboven werden beschreven.