Werknemers en zelfstandigen die in verschillende landen van de Europese Unie werkzaam zijn of gedetacheerd worden, moeten vanaf 1 mei 2010 rekening moeten houden met een aantal nieuwe regels en voorwaarden.
Vanaf 1 mei 2010 wijzigt de Europese Unie de regelgeving voor werknemers en zelfstandigen die gelijktijdig in verschillende landen van de Unie werkzaam zijn. De nieuwe wetgeving geldt ook voor werknemers die tijdelijk van één EU-land naar een ander EU-land gedetacheerd worden.
De vorige verordening, die reeds van 1971 dateerde, is immers sterk verouderd en niet meer aangepast aan de nieuwe vormen van mobiliteit.
Kernprincipes blijven ongewijzigd
De grote principes van de bestaande wetgeving blijven ongewijzigd:
- Als werknemer of zelfstandige is men onderworpen aan de wetgeving van de lidstaat waar men werkt. Dit is het “principe van de werkstaat”.
- Een werknemer valt onder de socialezekerheidswetgeving (SZ-wetgeving) van één land. Op die manier vermijdt men dat een persoon onder verschillende wetgevingen valt wanneer hij in diverse landen actief is.
- Socialezekerheidsrechten die men heeft opgebouwd in een lidstaat blijven behouden, ook als de betrokken persoon niet langer in deze lidstaat woont of werkt.
- Voor de berekening van de socialezekerheidsrechten wordt rekening gehouden met arbeidsprestaties en verzekeringsprestaties die in andere lidstaten worden verricht.
- Als EU-onderdaan geniet men van dezelfde rechten als de nationale onderdanen.
Enkele belangrijke wijzigingen
Hoewel de nieuwe verordening niets wijzigt aan de kernprincipes bevat ze toch enkele belangrijke wijzigingen voor de hieronder vermelde scenario’s.
Werknemers die zowel in het thuisland als het buitenland werken voor dezelfde werkgever
Een werknemer die zowel in zijn thuisland als in het buitenland voor dezelfde werkgever werkt, is in principe onderworpen aan de SZ-wetgeving van zijn woonstaat. Als nieuwe extra voorwaarde geldt echter dat de werknemer een substantieel deel, met name minstens 25%, van zijn werkzaamheden in zijn woonstaat moet uitvoeren. De noemer “werkzaamheden” wordt beoordeeld door de arbeidstijd en/of de bezoldiging van de werknemer. Werknemers die deze 25% niet halen, vallen onder de wetgeving van het land waar de zetel van hun werkgever hoofdzakelijk gevestigd is.
Voorbeeld: Piet werkt voor de firma Abel in België en in Duitsland, maar woont in België. 70% van zijn arbeidstijd brengt Piet in Duitsland door en 30% in België. Hij valt dus onder de SZ-wetgeving van zijn woonstaat België.
Karel werkt voor de firma Azzuri met hoofdzetel in Italië, maar woont in België. Hij brengt 80% van zijn werkzaamheden door in Italië, en slechts 20% in België. Karel valt in dit geval onder de Italiaanse SZ-wetgeving.
Werknemers die een job als werknemer en zelfstandige combineren
De oude verordening voorzag voor een aantal EU-landen in een speciale uitzonderingsregel voor personen die twee jobs combineerden met een verschillend statuut; met name als werknemer in een EU-land en als zelfstandige in een ander EU-land. Zulke personen waren dan aan twee verschillende SZ-systemen onderworpen (bijvoorbeeld als zelfstandige in België en als werknemer in Nederland).
Via de nieuwe verordening zullen deze personen voor hun beide jobs onderworpen worden aan de SZ-wetgeving van het land waarin zij als werknemer opereren.
Voorbeeld: Klaas woont in België en werkt er als zelfstandig zaakvoerder voor de firma Unizet. Daarnaast werkt hij als werknemer voor de firma Nunno in Nederland. Door de nieuwe wetgeving valt Klaas voor beide functies, zowel zijn activiteiten als zelfstandige als zijn activiteiten als werknemer, onder de Nederlandse SZ-wetgeving.
Detachering: maximumtermijn wordt verlengd tot 24 maanden
Als één van de kernprincipes geldt dat een werknemer of zelfstandige onderworpen is aan de wetgeving van het land waar hij werkt (“het principe van de werkstaat”).
Voorbeeld: Jan wordt door zijn Belgische firma voor een project van 6 maanden naar een zusterbedrijf in Nederland gestuurd. Hij is daardoor onderworpen aan de Nederlandse SZ-wetgeving.
Op dit kernprincipe is een uitzondering mogelijk; met name de detachering. Een werknemer die door zijn werkgever naar een ander EU-land wordt gedetacheerd, kan onder specifieke voorwaarden voor een bepaalde periode blijven ressorteren onder de Belgische SZ-wetgeving. De maximumtermijn wordt van 12 op 24 maanden vastgelegd. In die periode van twee jaar is dus geen tussenkomst van het gastland nodig.
Voorbeeld: Jan werkt als Belg in Nederland voor zijn Belgische werkgever en woont in die periode in Amsterdam. In principe is hij onderworpen aan de Nederlandse SZ-wetgeving. Maar als gedetacheerde kan Jan gedurende maximum 24 maanden onder de Belgische sociale zekerheid blijven vallen.
Langere detacheringsperiodes blijven nog altijd mogelijk, maar daarvoor is een akkoord nodig tussen beide betrokken landen.
Op administratief vlak verdwijnen de E101- en E102-formulieren. Ze worden vervangen door het A1-formulier. E101-formulieren die vòòr 1 mei 2010 werden uitgereikt, blijven geldig tot hun vervaldatum, weliswaar op voorwaarde dat er geen wijzingen optreden in de tewerkstellingssituatie.
Geen speciale regels meer voor het internationaal vervoer
Op basis van de oude Verordening is een werknemer die tewerkgesteld is bij het internationaal vervoer van goederen of personen (over de weg, per spoor of in de lucht) in principe onderworpen aan de wetgeving van de lidstaat waar de zetel van de onderneming gevestigd is.
Voorbeeld: Een Luxemburgse transportonderneming heeft Belgische bestuurders in dienst. Deze personen rijden gemiddeld 70% van hun tijd in Frankrijk en 30% in België. Tot op heden betalen deze personen Luxemburgse socialezekerheidsbijdragen op hun loon.
Voortaan volgen de werknemers uit het internationaal vervoer de gewone regels voor werknemers.
Voor bovenstaand voorbeeld betekent dit dat de Belgische bestuurders Belgische socialezekerheidsbijdragen moeten betalen omdat ze een substantieel deel van hun activiteiten (meer dan 25%) in hun woonstaat verrichten.
Overgangsperiode
In principe geldt de nieuwe wetgeving voor mobiele werknemers vanaf 1 mei 2010. De oude wetgeving blijft echter nog 10 jaar van toepassing op situaties die dateren van vóór 1 mei 2010 op voorwaarde dat de feitelijke situatie niet wijzigt. De werknemer of de zelfstandige heeft wel de mogelijkheid om uitdrukkelijk te vragen om onder de nieuwe verordening te vallen.
Wenst u meer informatie over deze nieuwe verordening, dan kan u steeds terecht op onze
"internationale pagina" of u kan contact opnemen met onze collega’s van Tax&Legal (taxandlegal@sdworx.com of 03.220.28.31).
Bron: Verordening nr. 883/2004 van 29/4/04 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.