Ook al leven we in een digitaal tijdperk, toch hebben nog veel Belgische gezinnen thuis geen computer (PC). Om het privébezit van computers te stimuleren heeft de Belgische overheid in 2003 het PC-privéplan ingevoerd.
Het PC-privéplan is een fiscale stimulans waarbij ondernemingen gedeeltelijk worden vrijgesteld van belastingen als sommige van hun werknemers via het bedrijf een PC kunnen aankopen tegen gunstige tarieven.
Volgende regels zijn hierbij van kracht:
- Het PC-privéplan richt zich op werknemers met een laag inkomen. Om als werknemer hiervoor in aanmerking te komen, mogen de bruto belastbare bezoldigingen voor het inkomstenjaar 2010 niet hoger liggen dan 29.900 euro.
- De werkgeversbijdrage binnen de totale aankoopsom van de PC en de randapparatuur is beperkt tot 760 euro (voor het aanslagjaar 2010).
- In tegenstelling tot vroeger moet een werkgever geen georganiseerd PC-privéplan opstellen en uitschrijven. Het volstaat dat een onderneming aan zijn werknemers kenbaar maakt dat de firma de gehele of gedeeltelijke aankoopprijs van een PC (en de eventuele randapparatuur, printer, internetaansluiting, internetabonnement en bedrijfskundige software) op zich neemt of terugbetaalt.
- De werknemer moet steeds het aankoopbewijs kunnen voorleggen. Voor de werkgever geldt dit voor het bewijs van zijn tussenkomst. Deze gebeurt via de afgifte van een eenduidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of het aankoopbewijs.
- Als een werknemer zich een computer aanschaft via het PC-privéplan, kan hij pas na drie jaar opnieuw een aankoop verrichten.
De bovenstaande regels zijn van kracht sinds 1 januari 2009. Voor die periode was het PC-privéplan nog van toepassing op alle werknemers (ongeacht hun inkomen) en moest de onderneming een gedetailleerd plan uitschrijven.
Voor bestaande PC-privéplannen die nog onder de oude regelgeving werden opgesteld en waarvoor na 1 januari 2009 nog tussenkomsten worden betaald door de werkgevers, geldt een overgangsregeling. De oude regeling blijft van toepassing op de tussenkomsten in uitvoering van aanbiedingen die zijn gedaan vóór 1 januari 2009.
De RSZ-wetgeving baseerde haar vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen in het kader van het PC-privéproject op de fiscale regelgeving.
Door een gebrek aan coherentie tussen de RSZ en de fiscale wetgeving is er echter nog geen aanpassing gebeurd. Hierdoor gelden voor de RSZ nog steeds de “oude” voorwaarden opdat een PC-privéplan is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen:
- De tussenkomst van de werkgever mag maximum 60% van de aankoopprijs bedragen.
- De totale werkgeverstussenkomst mag de grens van 1.730 euro (voor het jaar 2010) niet overschrijden.
- Voor de modaliteiten van het PC-privéplan zelf verwijst het RSZ-besluit naar de oude fiscale vrijstellingsvoorwaarden (noodzaak van een plan,...).
Door dit gebrek aan coherentie tussen de RSZ en de fiscale wetgeving, is het voor de werkgever momenteel een zeer moeilijke opdracht een regeling uit te werken die zowel kan genieten van de RSZ-vrijstelling als van de fiscale vrijstelling.