De nieuwe regelgeving voor de bijdragen en de inhoudingen bij Canada Dry

(21/04/2010) tags brugpensioen canada dry einde loopbaan generatiemanagement generatiepact halftijds brugpensioen leeftijdsbewust personeelsbeleid oudere werknemers
Vanaf 1 april 2010 zijn de bijdragen op de aanvullende vergoeding bij Canada Dry geharmoniseerd. De nieuwe bijdrageregeling maakt een verschil tussen lopende en nieuwe Canada-Dry-stelsels.

Wat is Canada Dry?

“Canada Dry” is de algemene omschrijving voor regelingen waarbij een onderneming, op grond van een individuele of collectieve overeenkomst, aan een ontslagen oudere werknemer een aanvullende vergoeding betaalt. Deze vergoeding komt bovenop de werkloosheidsuitkering.

Het gaat hierbij steeds om systemen waarbij de ontslagen werknemer geen beroep kan doen op het brugpensioen. De reden hiervoor is dat hij niet aan de gestelde vereisten beantwoordt (bv: hij heeft de minimumleeftijd nog niet bereikt of hij heeft te weinig bewezen loopbaanjaren) of omdat er geen geldige brugpensioen-CAO voorhanden is.
 
Canada Dry heeft geen algemene wettelijke definitie: er bestaat geen reglementering omtrent de hoogte van de aanvullende vergoeding, noch over de frequentie en periode van uitbetaling.

Het Generatiepact: het ontmoedigen van Canada Dry

In 2005 vaardigde de Belgische overheid het Generatiepact uit. Een van de doelstellingen van dit akkoord was om oudere werknemers langer aan de slag te houden of zelfs terug aan het werk te krijgen. Vervroegde uitstapregelingen zoals brugpensioen, tijdskrediet en Canada Dry werden dan ook ontmoedigd.

Zo werd het Canada-Dry-systeem onderworpen aan sociale bijdragen en inhoudingen die moesten betaald worden op de aanvullende vergoeding.
Vanaf 1 april 2010 gelden er nieuwe regels voor deze bijdragen en inhoudingen.

De aanvullende vergoeding

De nieuwe bijdrageregeling is van toepassing op de aanvullende vergoedingen die aan een ontslagen werknemer worden toegekend, bovenop zijn werkloosheidsuitkering (=Canada Dry). Ze geldt zowel voor de lopende als nieuwe Canada Dry-stelsels.
 
Nieuwe Canada-Dry-stelsels hebben betrekking op werknemers wiens opzegging of verbreking werd betekend na 15 oktober 2009 én waarvan het stelsel aanvangt na 31 maart 2010.
Als aan één van beide voorwaarden niet is voldaan, spreekt men van een lopend Canada-Dry-stelsel. Het ontslag werd hier dus betekend vóór 16 oktober 2009 of het stelsel is vóór 1 april 2010 gestart.
 
Let op!
De regeling heeft enkel betrekking op vergoedingen die zijn toegekend door een werkgever die onder de CAO-wet van 5 december 1968 valt.
 
Elk bedrag dat, naast de werkloosheidsuitkering, als toeslag aan de ontslagen werknemer wordt uitgereikt, maakt deel uit van de aanvullende vergoeding. Volgende zaken zijn hierbij niet van belang: de vorm, de benaming, het tijdstip van uitbetaling (maandelijks, per kwartaal, jaarlijks), de berekeningswijze, de betalingswijze, de bron en de identiteit van de debiteur.
 
De aanvullende vergoeding die wordt doorbetaald in periodes die zijn gedekt door een ZIV- of moederschapsuitkering blijft men beschouwen als een aanvulling bij een volledige werkloosheidsuitkering. De RSZ past deze regel ook toe als de betrokkene bij de aanvang van het Canada-Dry-stelsel onmiddellijk ZIV-uitkeringen ontvangt (schriftelijke bevestiging). Bij het bepalen van de inhouding wordt rekening gehouden met de sociale uitkering die de begunstigde zou ontvangen indien hij niet arbeidsongeschikt was geweest.
 
Ook aanvullende vergoedingen die blijven betaald worden als de ontslagen werknemer tijdelijk het werk hervat, worden beschouwd als een aanvulling bij de volledige werkloosheidsuitkering. De overeenkomst die de toekenning van de aanvullende vergoeding regelt, is OK indien ze dit expliciet vermeldt.
 
Aantal vergoedingen uitgesloten van bijzondere bijdrageregeling Canada Dry
 
Een heel aantal aanvullende vergoedingen vallen buiten de socialebijdrageregeling. Deze uitsluitingen stemmen overeen met de uitsluitingen die worden vermeld in het KB van 22 maart 2006. U vindt een overzicht in bijlage.

Bijzondere werkgeversbijdrage

De bijzondere werkgeversbijdrage wordt berekend op het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding.
Deze bijdrage is enkel verschuldigd voor de periode die loopt vanaf de maand waarin de begunstigde 50 jaar wordt tot en met de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
 
De bijdrageregeling verschilt naargelang het een lopend of een nieuw Canada-Dry-stelsel betreft.
 
Lopende Canada-Dry-stelsels (profit en non-profitsector): vast percentage
 
Bij lopende Canada-Dry-stelsels werd het ontslag betekend vóór 16 oktober 2009 of zijn de stelsels vóór 1 april 2010 beginnen lopen.
Voor deze lopende Canada-Dry-stelsels geldt een maandelijkse bijzondere werkgeversbijdrage van 32,25%.
 
 
Leeftijd
 
 
Bijzondere werkgeversbijdrage
 
 
50 jaar of ouder
 
 
32,25%
 
 
Nieuwe Canada-Dry-stelsels: in functie van de leeftijd en de sector
 
Nieuwe Canada-Dry-stelsels hebben betrekking op werknemers wiens opzegging of verbreking werd betekend na 15 oktober 2009 én waarvan het stelsel aanvangt na 31 maart 2010.
Bij deze nieuwe stelsels is de grootte van de bijzondere werkgeversbijdrage afhankelijk van de leeftijd van de begunstigde op het moment waarop het stelsel aanvangt.
 
Daarnaast gelden er lagere bijdragepercentages voor de non-profitsector. Deze percentages zijn bovendien degressief in functie van de leeftijd van de begunstigde tijdens het verschuldigde kwartaal.
 
Nieuwe canada-dry-stelsels profitsector: vast op basis van aanvangsleeftijd
 
 
Leeftijd begunstigde bij aanvang (niet degressief!)
 
Bijzondere werkgeversbijdrage
 
50 jaar < 52 jaar
50%
52 jaar < 55 jaar
40%
55 jaar <  58 jaar
30%
58 jaar < 60 jaar
20%
60 jaar en ouder
10%
 
 
Nieuwe canada-dry-stelsels non-profitsector: degressief
 
Leeftijd bruggepensioneerde op eind van maand waarin de bijdrage verschuldigd is
 
Bijzondere werkgeversbijdrage
< 52 jaar
5%
52 jaar < 55 jaar
4%
55 jaar <  58 jaar
3%
58 jaar < 60 jaar
2%
60 jaar en ouder
geen
 
 
Periode van betaling: drie mogelijke situaties
 
De werkgever betaalt in principe niet enkel een aanvullende vergoeding tijdens periodes van werkloosheid, maar ook tijdens periodes waarin de werkloze Canada-Dry'er het werk hervat. Die werkhervatting kan er een zijn van type 1 of van type 2.
 
De periode waarin de betaling gebeurt, is eveneens bepalend om de bijzondere werkgeversbijdrage te berekenen.
 
We kunnen hierbij drie periodes onderscheiden:
  • een periode van werkloosheid
  • een periode van werkhervatting type 1
  • een periode van werkhervatting type 2
 
1) Tijdens een periode van werkloosheid
 
Indien de overeenkomst waarop de aanvullende vergoeding steunt OK is, wordt het toepasselijke werkgeverspercentage berekend op het maandelijkse brutobedrag van de aanvullende vergoeding.
 
Is de overeenkomst niet OK, dan wordt de berekeningsbasis van de bijdrage verdubbeld. M.a.w. het brutobedrag van de aanvullende vergoeding wordt verdubbeld. Op dit resultaat wordt de bijdrage berekend.
 
Merk op!
Het is best mogelijk dat een deel van de aanvullende vergoeding steunt op een overeenkomst die OK is, terwijl een ander deel steunt op een overeenkomst die niet OK is. De berekening van de werkgeversbijdrage zal op elk afzonderlijk deel gebeuren, volgens de toepasselijke regel (al dan niet verdubbeling van de berekeningsbasis).
 
2) Tijdens een periode van werkhervatting type 1
 
Ongeacht het feit of de overeenkomst al dan niet OK is, zal de aanvullende vergoeding die wordt doorbetaald tijdens de werkhervatting vrijgesteld zijn van de bijzondere werkgeversbijdrage.
 
3) Tijdens een periode van werkhervatting type 2
 
Indien de werkgever de aanvullende vergoeding doorbetaalt tijdens een periode van werkhervatting type 2, zal de vergoeding tijdens de totale duur van deze werkhervatting als loon onderworpen worden.
 
Sanctie
 
De debiteur die zijn aangifteverplichting niet of slechts gedeeltelijk nakomt, is bovenop de bijzondere werkgeversbijdrage een forfaitair bedrag verschuldigd.
 
Het bedrag is verschuldigd aan de RSZ en bedraagt maandelijks 150 euro voor werkgevers uit de profitsector en maandelijks 25 euro voor werkgevers uit de non-profitsector.

Werknemersinhouding

Maandelijks wordt er een inhouding verricht op de aanvullende vergoeding van de Canada-Dry’er. Deze inhouding is verschuldigd gedurende de periode die loopt vanaf de maand waarin de werknemer 50 jaar wordt tot en met de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
 
De inhouding bedraagt 6,5% en wordt berekend op het totale inkomen van de begunstigde.
Dat totale inkomen bestaat uit:
  • een sociale uitkering (werkloosheidsuitkering)
  • een bruto aanvullende vergoeding (voorzien in een sectorale of ondernemings-CAO)
  • en/of een bruto aanvullende vergoeding op basis van een individueel of collectief akkoord.
 
Minimuminkomen
 
De inhouding mag er echter niet toe leiden dat het totale inkomen van de betrokkene tot beneden een bepaalde grens zakt. Momenteel ligt die grens op:
  • 1.505,13 euro voor iemand met gezinslast
  • 1.249,57 euro voor iemand zonder gezinslast
 
Merk op!          
De begunstigde moet een wijziging van zijn gezinstoestand tijdig melden aan zijn uitbetalingsinstelling. Een laattijdige mededeling van het feit dat de gezinslast wegvalt, is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf de effectieve wijziging.
 
Als de debiteur vaststelt dat na de toepassing van de inhouding het totale inkomen beneden de toepasselijke grens zakt, zal hij de inhouding niet of slechts gedeeltelijk verrichten.
 
Inhouding ook afhankelijk van de periode
 
De betaling van de aanvullende vergoeding kan tijdens verschillende soorten periodes gebeuren. Die periode is eveneens bepalend om de inhouding te berekenen.
 
Er zijn drie periodes te onderscheiden:
  • een periode van werkloosheid
  • een periode van werkhervatting type 1
  • een periode van werkhervatting type 2
 
1) Tijdens een periode van werkloosheid
 
Indien de overeenkomst waarop de aanvullende vergoeding steunt OK is, wordt het toepasselijke inhoudingspercentage berekend op het totale inkomen van de werknemer.
 
Indien de overeenkomst niet OK is, wordt de berekeningsbasis (uitkering + aanvullende vergoeding) van de inhouding verdubbeld.
 
Let op!
Het is mogelijk dat een deel van de aanvullende vergoeding steunt op een overeenkomst die OK is, terwijl een ander deel steunt op een overeenkomst die niet OK is. De berekening van de inhouding zal op elk afzonderlijk deel gebeuren volgens de toepasselijke regel (al dan niet verdubbeling van de berekeningsbasis). De sociale uitkering wordt verhoudingsgewijs verdeeld over de aanvullende vergoedingen.
     
2) Tijdens een periode van werkhervatting type 1
 
Ongeacht het feit of de overeenkomst al dan niet OK is, zal de aanvullende vergoeding die wordt doorbetaald tijdens de werkhervatting vrijgesteld zijn van inhoudingen.
 
Let op!
De begunstigde deelt de periodes van werkhervatting en het einde van de werkhervatting zo snel mogelijk mee aan de debiteur.
Brengt hij de debiteur niet op de hoogte van de stopzetting van de werkhervatting, dan mag de debiteur de persoonlijke bijdragen recupereren bij de begunstigde.  
 
3) Tijdens een periode van werkhervatting type 2
 
Indien de werkgever de aanvullende vergoeding doorbetaalt tijdens een periode van werkhervatting type 2, zal de vergoeding tijdens de totale duur van deze werkhervatting als loon onderworpen worden.

Administratieve verplichtingen

Bij de aanvang van een Canada-Dry-stelsel moeten zowel de werkgever als de ontslagen werknemer enkele administratieve verplichtingen vervullen. U vindt een gedetailleerd overzicht in bijlage.

Bron: Titel XI, hoofdstuk 6 van de wet van 27 december 2006 zoals gewijzigd door de programmawet van 23 december 2009 en de wet houdende diverse bepalingen van 30 december 2009, wetsontwerp houdende diverse bepalingen (kamerdocument 522423/16 artikel 119 tot 122), Koninklijk Besluit van 29 maart tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (1), Belgisch Staatsblad van 31 maart 2010 en ontwerpbesluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 29 maart 2010.