Vanaf 1 april 2010 zijn de bijdragen op de aanvullende vergoeding bij tijdskrediet geharmoniseerd. De nieuwe bijdrageregeling is verschillend voor een voltijds tijdskrediet en een halftijds tijdskrediet voor 50-plussers.
Wat is tijdskrediet?
Tijdskrediet is een systeem waarbij een werknemer zijn arbeidsprestaties tijdelijk kan beperken of stopzetten, zonder dat hierdoor een einde komt aan de bestaande arbeidsovereenkomst. Werknemers kunnen bijvoorbeeld kiezen om hun prestaties met 1/5e te verminderen, met de helft (1/2e of halftijds tijdskrediet) of zelfs helemaal stop te zetten (voltijds tijdskrediet).
De betrokken werknemer ontvangt een zogenaamde onderbrekingsuitkering in het kader van de werkloosheidsverzekering voor de periode waarin hij geen arbeidsprestaties verricht.
Naast die onderbrekingsuitkering kan een onderneming aan de betrokken werknemer ook nog een aanvullende vergoeding uitbetalen.
Op die aanvullende vergoeding zijn sociale bijdragen en inhoudingen verschuldigd. Vanaf 1 april 2010 zijn de regels voor deze bijdragen gewijzigd.
De aanvullende vergoeding
De nieuwe socialebijdrageregeling is van toepassing op de vergoedingen die door ondernemingen als aanvulling worden toegekend bij een volledig of halftijds tijdskrediet. Ze geldt zowel voor lopende als nieuwe regelingen.
Let op!
De regeling viseert enkel vergoedingen die worden toegekend door een werkgever die onder de CAO-wet van 5 december 1968 valt.
Elk bedrag dat, naast de onderbrekingsuitkering, als toeslag wordt uitgereikt aan een werknemer in tijdskrediet, maakt deel uit van de aanvullende vergoeding. Volgende zaken zijn hierbij niet van belang: de vorm, de benaming, het tijdstip van uitbetaling (maandelijks, per kwartaal, jaarlijks), de berekeningswijze, de betalingswijze, de bron en de identiteit van de debiteur.
De aanvullende vergoeding die wordt doorbetaald in periodes die zijn gedekt door een ZIV- of moederschapsuitkering blijft men beschouwen als een aanvulling bij een onderbrekingsuitkering. Bij het bepalen van de inhouding wordt rekening gehouden met de sociale uitkering die de begunstigde zou ontvangen indien hij niet arbeidsongeschikt was geweest.
Aantal vergoedingen uitgesloten van bijzondere bijdrageregeling
Een heel aantal aanvullende vergoedingen vallen buiten de socialebijdrageregeling. Deze uitsluitingen stemmen overeen met de uitsluitingen die worden vermeld in het KB van 22 maart 2006. U vindt een
overzicht in bijlage.
Bijzondere werkgeversbijdrage
Op de aanvullende vergoedingen die worden uitgereikt in het kader van tijdskrediet is een bijzondere werkgeversbijdrage verschuldigd. Deze bijdrage omvat 32,25% van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding.
De bijzondere werkgeversbijdrage is enkel verschuldigd voor de periode die loopt vanaf de maand waarin de begunstigde 50 jaar wordt tot en met de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
Berekening van de bijzondere werkgeversbijdrage: twee situaties van belang
De nieuwe bijdrageregeling maakt een onderscheid tussen twee mogelijke situaties: voltijds tijdskrediet en halftijds tijdskrediet bij 50-plussers. Beide situaties zijn van belang voor de berekening van de bijdrage.
Situatie 1: aanvullende vergoeding bij een voltijds tijdskrediet
In dit geval geldt de gewone regeling: er wordt een werkgeversbijdrage van 32,25% berekend op het maandelijks brutobedrag van de aanvullende vergoeding.
Situatie 2: aanvullende vergoeding voor 50-plussers in halftijds tijdskrediet
In dit geval zijn er drie mogelijkheden.
1) De werknemer blijft halftijds werken
Dezelfde regel blijft van kracht: er wordt een werkgeversbijdrage van 32,25% berekend op het maandelijks brutobedrag van de aanvullende vergoeding.
2) De werknemer is vrijgesteld en moet zijn normaal voorziene halftijdse arbeidsprestaties niet leveren.
In deze situatie wordt de berekeningsbasis van de werkgeversbijdrage verdubbeld via volgende formule: [aanvullende vergoeding X 2] X 32,25%
3) De werknemer is niet vrijgesteld van zijn halftijdse prestaties én wordt vervangen door een andere werknemer.
In deze situatie wordt de berekeningsbasis van de werkgeversbijdrage met 95% verminderd.
Dit leidt tot volgende formule: [aanvullende vergoeding X 0,05] X 32,25%
Deze vermindering geldt wel alleen als alle onderstaande voorwaarden vervuld zijn:
- De aanvullende vergoeding is toegekend op basis van een nationale of sectorale CAO.
- De werknemer is niet vrijgesteld van de voorziene halftijdse prestaties.
- De werknemer wordt effectief vervangen.
- De vervanging is voorzien bij CAO die in de Nationale Arbeidsraad is afgesloten. Deze CAO mag ten vroegste in werking treden op de eerste dag van de maand die volgt op de ondertekeningsdatum. Deze CAO bestaat momenteel nog niet.
Let op: deze vermindering is voorlopig nog niet uitvoerbaar omdat de CAO in de Nationale Arbeidsraad nog niet is afgesloten.
Werknemersinhouding
Er wordt maandelijks een inhouding uitgevoerd op de aanvullende vergoeding van de werknemer in tijdskrediet. Deze inhouding is verschuldigd gedurende de periode die loopt vanaf de maand waarin de werknemer 50 jaar wordt tot en met de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
De inhouding bedraagt 6,5% en wordt berekend op het totale inkomen uit het tijdskrediet van de betrokken werknemer.
Dat totale inkomen bestaat uit:
- een sociale uitkering (onderbrekingsuitkering)
- een bruto aanvullende vergoeding (voorzien in een sectorale of ondernemings-CAO)
- en/of een bruto aanvullende vergoeding op basis van een individueel of collectief akkoord.
Minimuminkomen
De inhouding mag er echter niet toe leiden dat het totale inkomen uit het tijdskrediet van de betrokkene tot beneden een bepaalde grens zakt.
Voor een voltijds tijdskrediet ligt deze grens momenteel op:
- 1.505,13 euro voor iemand met gezinslast
- 1.249,57 euro voor iemand zonder gezinslast
Voor een halftijds tijdskrediet ligt deze grens momenteel op:
- 752,57 euro voor iemand met gezinslast
- 624,79 euro voor iemand zonder gezinslast
Let op!
De betrokken werknemer moet een wijziging van zijn gezinstoestand tijdig melden aan zijn uitbetalingsinstelling. Een laattijdige mededeling van het feit dat de gezinslast wegvalt, is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf de effectieve wijziging.
Als de debiteur vaststelt dat na de toepassing van de inhouding het totale inkomen beneden de toepasselijke grens zakt, zal hij de inhouding niet of slechts gedeeltelijk verrichten.
Berekening van de werknemersinhouding: twee situaties van belang
De nieuwe bijdrageregeling onderscheidt twee situaties die van belang zijn bij de berekening van de werknemersinhouding. Het gaat respectievelijk om voltijds tijdskrediet en halftijds tijdskrediet bij 50-plussers.
Situatie 1: aanvullende vergoeding bij een voltijds tijdskrediet
In dit geval geldt de normale regeling: er wordt maandelijks een inhouding van 6,5% berekend op het totale inkomen uit tijdskrediet van de betrokken werknemer.
Situatie 2: aanvullende vergoeding voor 50-plussers in halftijds tijdskrediet
In dit geval zijn er twee mogelijkheden.
1) De werknemer is vrijgesteld en moet zijn normaal voorziene halftijdse arbeidsprestaties niet leveren.
In deze situatie wordt de berekeningsbasis van de werknemersinhouding verdubbeld via volgende formule: ([aanvullende vergoeding + onderbrekingsuitkering] X 2) X 6,5%
2) De werknemer is niet vrijgesteld van zijn halftijdse prestaties.
In deze situatie wordt de berekeningsbasis van de werkgeversbijdrage met 95% verminderd.
Dit leidt tot volgende formule: ([aanvullende vergoeding + onderbrekingsuitkering] X 0,05) X 6,5%
Deze vermindering geldt wel alleen als alle onderstaande voorwaarden vervuld zijn:
- De aanvullende vergoeding is toegekend op basis van een nationale of sectorale CAO.
- De werknemer is niet vrijgesteld van de voorziene halftijdse prestaties.
Overzicht
|
Werknemersinhouding tijdskrediet
- (aanvullende vergoeding (AV) + onderbrekingsuitkering) x 6,5%
- begrenzing: minimuminkomen
|
|
Volledig tijdskrediet
|
(AV + uitkering) x 6,5%
|
|
Halftijds tijdskrediet |
Vrijstelling prestaties
|
(AV x 2) x 6,5% |
|
Geen vrijstelling prestaties, mits voorwaarden
|
(AVx0,05) x 6,5% |
Administratieve verplichtingen
Bron: Titel XI, hoofdstuk 6 van de wet van 27 december 2006 zoals gewijzigd door de programmawet van 23 december 2009 en de wet houdende diverse bepalingen van 30 december 2009, wetsontwerp houdende diverse bepalingen (kamerdocument 522423/16 artikel 119 tot 122), Koninklijk Besluit van 29 maart tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (1), Belgisch Staatsblad van 31 maart 2010 en ontwerpbesluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 29 maart 2010.