Belgische bedrijven kiezen bijna standaard voor dieselwagens. Een doorsnee Belgisch wagenpark bestaat voor 94% uit diesels, 3,4% benzinewagens en 2,5% andere types, zoals lpg, hybride of elektrische wagens. Bijna 70% van de bedrijven beperkt de keuzemogelijkheden van zijn werknemers zelfs expliciet tot dieselmodellen.
Terwijl diesels vroeger in hoofdzaak vanwege de lagere brandstofprijs en hun hogere restwaarde op de tweedehandsmarkt werden gekozen, speelt sinds kort ook hun lagere CO2-uitstoot een doorslaggevende rol. Sinds 1 april 2008 is de aftrekbaarheid van autokosten in de venootschapsbelasting immers afhankelijk van de CO2-uitstoot.
Onder druk van deze maatregel uit 2008 stuurden bijna 4 op de 10 bedrijven de voorbije jaren hun bedrijfswagenpolitiek bij. Ze weerden sterk vervuilende wagens zoals SUV, terreinwagens en automatics uit hun fleet (37%). Autobudgetten werden aangepast in functie van de CO2-uitstoot (26%) en de keuze van werknemers werd geheroriënteerd richting wagens met een lagere CO2-uitstoot (32%).
De nieuwe CO2-maatregelen die ingaan op 1 januari 2010 versnellen dit proces. Nog eens 41% van de bedrijven zegt in de toekomst meer wagens met een lage CO2-uitstoot in zijn fleet op te nemen. Bijna 60% stuurt medewerkers actief aan om voor een milieuvriendelijker wagen te kiezen.
Wat betreft de CO2-uitstoot van een doorsnee Belgisch wagenpark is voor 2009 dan ook een duidelijke verschuiving te zien ten opzichte van 2008. Waar vorig jaar de hoofdmoot van de diesels vooral terug te vinden was in de klasse 145 tot 175 g CO2/km (-16,6%) is die in 2009 proportioneel verschoven naar lagere klassen.
Nochtans zorgen dieselwagens ook door de emissie van Nox en fijn stof voor ernstige milieu- en gezondheidsproblemen. Een roetfilter kan hier evenwel een oplossing bieden. Alleen blijkt slechts 20% van de bedrijven in het verleden roetfilters te hebben geïntroduceerd. Nog eens 13% is dat in de toekomst van plan.
Gevraagd naar de evolutie van de vloot is een grote meerderheid van de respondenten (72%) niet van plan het aantal bedrijfswagens te reduceren. Bijna een op de vijf organisaties (19%) denkt er zelfs aan zijn bedrijfswagenpark in de toekomst uit te breiden. Rekening houdend met de variabele fiscale aftrekbaarheid in functie van de CO2-uitstoot zullen de voertuigen wel kleiner en zuiniger zijn.
Met deze recente ontwikkeling zet de vergroening van het Belgische bedrijfswagenpark zich onverminderd door. Bijna de helft van de Belgische bedrijfswagens (49%) stoot tussen de 105 en 145 gram CO2/km uit. Doelstelling van de Europese Unie is de gemiddelde CO2-uitstoot per wagen tegen 2012 tot 120 gr/km terug te brengen. Omdat vele bedrijfswagens na afloop van het leasecontract op de tweedehandsmarkt worden aangeboden, draagt een versnelde omschakeling richting milieuvriendelijker diesels uiteindelijk ook bij tot een versnelde vergroening van het totale Belgische wagenpark.
Verrassende vaststelling was ook de slechte score van alternatieven als openbaar vervoer, carpooling of de promotie van een fietsenpark. Gemiddeld meer dan 80% van de bevraagde organisaties heeft nooit geprobeerd zijn werknemers voor deze alternatieven te sensibiliseren en is dat in de toekomst evenmin van plan.
|
Welke acties in het kader van een groener bedrijfswagenpark zijn voor uw organisatie van toepassing? |
Deze acties werden in het verleden al uitgevoerd |
Deze acties zijn gepland in de toekomst |
Deze acties zijn noch uitgevoerd, noch gepland |
|
Budgetten voor gebruik openbaar vervoer |
10% |
5% |
86% |
|
Promoten openbaar vervoer |
13% |
7% |
80% |
|
Poolwagens opnemen in het park |
10% |
6% |
84% |
|
Promoten van fietsenpark |
13% |
7% |
80% |
|
Combinatie abonnementen (trein-wagen), bv Rail lease |
4% |
10% |
86% |
In de survey werd ook onderzocht welke werknemers een bedrijfswagen krijgen. In de organisaties die bedrijfswagens hebben, krijgt gemiddeld 30% van de medewerkers een bedrijfswagen. Medewerkers van kleine organisaties maken relatief sneller kans op een wagen. In kmo’s (< 100 wns) beschikt een derde tot de helft van de medewerkers over een bedrijfswagen. In grotere bedrijven daalt dat percentage. In organisaties met meer dan 1500 werknemers is het bijvoorbeeld nog 18%.
Functieniveau is en blijft een van de belangrijkste criteria voor de toekenning van een bedrijfswagen, maar vooral bij kader en directie. Bij bedienden en arbeiders is vaak de functie-inhoud het doorslaggevende criterium (bv commerciële functies). Anciënniteit speelt vooral een rol bij bedienden en arbeiders met een binnenfunctie.
Qua personeelscategorie vindt men de hoogste percentages van terug bij:
- Directie en hoger kader (gemiddeld 93%)
- Commerciële buitenfuncties (bedienden 80%; lager kader 72% en middenkader 81%)
- Niet commerciële buitenfuncties (bedienden 61%; lager kader 63%)