Het kortdurend ziekteverzuim in januari 2007 bedraagt 2,48% t.o.v. 2,33% in januari 2006. Dat zijn de eerste verzuimresultaten voor 2007. Verder bleef het kortdurend ziekteverzuim vorig jaar met 2,26% op hetzelfde hoge niveau als in 2005. Het totale ziekteverzuim steeg van 4,88% in 2005 naar 4,99% in 2006. Dat is de hoogste score sinds 2002.
Het kortdurende ziekteverzuim in januari 2007 piekte op 2,48%. Dit is de hoogste januari-score sinds drie jaar. De prognose voor februari is een verdere significante stijging.
In 2006 was er geen griepepidemie maar wel een lange winterperiode die haar sporen naliet.
Uit onderstaande grafiek blijkt dat het kortdurend ziekteverzuim begin dit jaar een hoge score liet optekenen. De griepepidemie woedde toen nog niet volop, de cijfers voor februari voorspellen een ernstige overschrijding van de 3% grens.
Verder piekte vorig jaar het kortdurend ziekteverzuim in de maanden februari en maart van 2006. De lange winterperiode zat daar zeker voor iets tussen.

Kortdurend ziekteverzuim bleef hoog vorig jaar
Kortdurend ziekteverzuim, d.i. ziekte van minder dan één maand, bedraagt 2,26% voor 2006. Dit kortdurend ziekteverzuim kost de werkgever veel geld. Wat betekent dat nu in verlies van arbeidsdagen? Recente cijfers uit het onderzoek van SD WORX tonen aan dat de Belgische werknemer gemiddeld 5,3 dagen per jaar kortdurend ziekteverzuim laat optekenen.

55% van de Belgische werknemers was het afgelopen jaar kortdurend ziek. Deze 55% verzuimers hebben elk gemiddeld 9,6 dagen ziekteverlof met gewaarborgd loon gehad.
Er is een opmerkelijk verschil tussen arbeiders en bedienden: bedienden die kortstondig ziek waren, lieten gemiddeld 8,3 dagen kortdurend ziekteverzuim optekenen, arbeiders gemiddeld 11,6 dagen.
Antwerpse werknemers zijn het gezondst
SD WORX stelt grote regionale verschillen vast in het kortdurend ziekteverzuim.
Van de Vlaamse provincies kent Antwerpen het minste kortdurend verzuim, gevolgd door West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. In Wallonië worden de Naamse werkgevers het meest geconfronteerd met kortdurend verzuim, gevolgd door Henegouwen en Luik.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest scoort goed met een kortstondig ziekteverzuim van 2,19%.

Hoe kleiner de onderneming, hoe minder kortdurend ziekteverzuim
Onderstaande grafiek toont aan dat het kortdurend ziekteverzuim in ondernemingen met minder dan 20 medewerkers het laagst is (1,65%), terwijl bedrijven met 500-999 werknemers het hoogste kortdurend verzuim kennen (2,51%).

Totale ziekteverzuim blijft stijgen
Met 4,99% heeft 2006 het hoogste ziekteverzuimcijfer van de laatste vijf jaar. Niet alleen het kortstondig ziekteverzuim blijft dus hoog scoren, ook het ziekteverzuim langer dan een maand stijgt opnieuw. Werknemers blijven m.a.w. ook vaker langer ziek.

SD WORX adviseert bedrijven inzake aanpak van ziekteverzuimproblematiek
Het kortdurende, storende verzuim en het verzuim langer dan een maand blijven de pan uitswingen. Hoewel werkgevers meer en meer belang hechten aan het welzijn en de performantie van hun medewerkers, zoals motivatie, stress, jobsatisfactie, coaching, enzovoort blijven de ziekteverzuimcijfers constant. Ze blijven dus een grote hap nemen uit de werkcapaciteit binnen ondernemingen.
Een volgehouden aandacht voor de ziekteverzuimproblematiek blijft dan ook aan de orde en wordt opnieuw dringender nu de totale ziekteverzuimcijfers opnieuw de hoogte ingaan.
Voor meer informatie kan u terecht bij: